|
► Nieuw ◄ |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Aanvullingen |
|||||||||||||||||||
|
Het onderstaande is gerangschikt naar de volgnummers in de boeken van Hans de Herder. |
|||||||||||||||||||
|
Volgnummer 212 Loc 1 (Cockerill, bouwjaar 1911) van de cokesfabriek in Sluiskil |
|||||||||||||||||||
|
|
Tijdens de middagpauze op 29 maart 1959 trof dhr. H.J. Souer loc 1 van de cokesfabriek ACZC onder stoom, maar zonder bemanning. De loc is behoorlijk dicht gemaakt. Opvallend zijn de extra kettingen ter weerszijden van de trekhaak. Ook in de dieseltijd reden hier Cockerills. De loc staat voor een tweestandige locloods met één spoor. Daarin staat één van de twee andere stoomlocs. De locloods heeft een werkkuil, maar geen rookkappen. De locs moesten dus buiten worden opgestookt en dat is aan de muur boven de deuropening te zien. Er is ook geen asput. Er liggen dan ook bergen as links en rechts van het spoor; de houtstapel zal bedoeld zijn als aanmaakhout. |
||||||||||||||||||
|
|
Op 19 april 1991 was de locloods voor stoomlocomotieven nog steeds aanwezig, echter met een andere bestemming. Voor de diesellocs was namelijk elders op het terrein een loods annex werkplaats gebouwd. De oude toegangsdeuren zaten in de hier niet zichtbare korte kant. Volgens een plattegrond uit 1934 was de loods 6,5 meter breed en 26,5 meter lang. |
||||||||||||||||||
|
Volgnummer 219 SM loc 3 (Hohenzollern, bouwjaar 1913) bij Staatsmijn Emma in 1927 Klik hier voor een maatschets. De machinist (boven) en stoker staan voor een vulpijp van de tussen de frameplaten gelegen waterbak met een inhoud van 4 kuub. Ook aan de andere kant was zo’n vulpijp aanwezig. Ook deze relatief kleine locs werden dus met twee man gereden. Bij het scheppen van kolen uit de rechter kolenbak zal de stoker de rechts staande of zittende machinist in de weg hebben gezeten. Beide kolenbakken samen konden 2 ton kolen bevatten. In lege toestand woog de loc 33 ton, maar het maximale dienstgewicht was -vanwege de kolen en het water in de waterbak en in de ketel- 42 ton, netjes over de drie assen verdeeld. De locs waren onder andere voorzien van een fluit, een
stoombel en een treinrem. De luchtpomp bevindt zich aan de andere kant van de
ketel. Collectie Jan Roos, voorheen collectie wijlen dhr. Bernaerds, machinist bij Staatsmijnen |
|||||||||||||||||||
|
Volgnummer 224 SM loc 9 (Beyer Peacock, bouwjaar 1873) bij Staatsmijn Emma in 19xx Klik hier voor een maatschets en de geschiedenis. De man in zwart Manchester pak is de machinist. Hij en de
stoker dragen geen klompen (die vroeger vaak als een soort
veiligheidsschoenen werden gebruikt), maar schoenen. Een interessant detail
is de bel op de tender. Foto: collectie Jan Roos, voorheen collectie wijlen dhr. Bernaerds, machinist bij Staatsmijnen |
|||||||||||||||||||
|
Volgnummer 241
O&K 4425 (1910) van Stork in Hengelo, gekocht in 1912 |
|||||||||||||||||||
|
Het bijschrift bij de foto luidt: “Droogtrommels enz. voor veevoederfabriek”. Op de eerste rongenwagen achter de loc –met drie van zulke trommels- staat NCS en op de rongen staat NCS 70624. De 25 wagens van deze serie 15 tons rongenwagens zijn in 1909 gebouwd en kregen in 1924 NS nummers. De foto is dus tussen 1912 en 1924 gemaakt. De deuropening van het machinistenhuis van de 30 pk loc is afgesloten met zeildoek. Dit is een uitsnede van een foto in een Foto-album “Ketels” van Stork te Hengelo, berustend in het Historisch Centrum Overijssel. Daar is ook het “Album Centrifugaalpompen 2”. De bedoeling van onderstaande twee foto’s is te laten zien hoe groot de centrifugaalpomp is die in 1919 geleverd werd voor het nieuwe Gemaal De Waterwolf van Waterschap Electra in Lammerburen (Groningen). Op de bovenste foto (mogelijk al bekend via het boek van Hans de Herder uit 1994) is achter de loc een maatverdeling in meters te zien. Toegegeven: de pomp is wel erg groot, maar de loc is ook wel erg klein. Na het nemen van deze foto raakte men bij Stork kennelijk door het dolle heen. Het zal wat uren aan demontage en hijswerk hebben gekost, maar toen was het dan ook onomstotelijk bewezen: de loc past in de pomp ! (zie 1 foto verder naar onderen) |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Volgnummer 262 SM loc 20 (Hohenzollern, bouwjaar 1920) bij Staatsmijn Emma in 19XX Klik hier voor een maatschets Collectie Jan Roos, voorheen collectie wijlen dhr. Bernaerds, machinist bij Staatsmijnen |
|||||||||||||||||||
|
Volgnummer 263
SM loc 21 (Hohenzollern, bouwjaar 1920) bij
Staatsmijn Emma in 1923 De SM 21 is wel duidelijk een zuster van de SM 20 op de
vorige foto, maar de locs zijn ofwel niet gelijk ofwel ze zijn ooit veranderd
en de ene foto dateert van voor die verandering en de andere is erna gemaakt.
Klik hier voor een maatschets. Collectie Jan Roos, voorheen collectie wijlen dhr. Bernaerds, machinist bij Staatsmijnen. |
|||||||||||||||||||
|
Volgnummer 302 Klik voor deze La Meuse 3052 (1924), opgesteld als monument bij Railbouw in Leerdam. |
|||||||||||||||||||
|
Volgnummer 346 Hoogovens loco 18 (Hohenzollern,
bouwjaar 1920) met rijdende menger 16 op 24 juli 1959. Op de achtergrond
rijdende menger 6. Bron: foto in het Demka archief
(Hoogovens was indertijd eigenaar van Demka). De
foto komt ook voor in het boek Stoom in de Breesaap, maar is daar bijgesneden. |
|||||||||||||||||||
|
Volgnummers 335 en
336
Klik hier voor een maatschets. De twee foto’s zijn in 1942 genomen bij de Staatsmijn Emma en betreffen ongetwijfeld de “GroteZweden” van Staatsmijnen (de kleine Zweden waren de SM 45, 46, 47 of 50. Dat waren ook vierassers, maar zonder tender). Het bedrijfsnummer (op het bordje onder het zijraam van het machinistenhuis) is niet goed te lezen, dus is het niet duidelijk of het SM 51 of 52 betreft. |
|||||||||||||||||||
|
|
Henschel 5389 (1900) Demka Utrecht, februari 1957 De staalgieterij Demka in Utrecht verwerkte schroot als grondstof. Er waren jarenlang vier stoomlocs, namelijk twee Henschels en twee Ducrobra’s. Ze werden in 1954 en 1955 vervangen door twee diesellocs. Kort tevoren kregen de stoomlocs nog de boekhoudkundige nummers 510.30 t/m 510.33. De diesellocs werden aansluitend 510.34 en 510.35 genummerd, maar de eerste drie cijfers waren niet op de locs aangebracht. De kleine dieselloc bij Demka-Noord had nummer 512.20 omdat die op een ander terrein reed. Getuige de foto (Demka archief in Utrecht) staat Henschel 5389 (1900) op het punt als grondstof in het productieproces te verdwijnen. |
||||||||||||||||||
|
Uit het Demka archief blijkt het volgende: twee van de vier stoomlocs waren in bedrijf en twee in reserve of reparatie. In 1952 reden drie stoomlocs samen 516 uur, terwijl de totale diensttijd 1479 uur was. Met andere woorden: de stoomlocs reden gemiddeld 35% van hun diensttijd. Demka dacht de vier stoomlocs te vervangen door twee diesellocs. Het financiële plaatje zag er als volgt uit (bedragen in guldens): |
|||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||
|
|
|
vier stoomlocs, vervangingswaarde samen f 165.000 |
nieuwprijs samen f 212.000 |
|
|||||||||||||||
|
|
Afschrijving 5% |
8.250 |
10.600 |
|
|||||||||||||||
|
|
Rente 2 % |
3.300 |
4.240 |
|
|||||||||||||||
|
|
Reparatie en onderhoud |
38.400 (ervaring) |
15.900 (schatting 7.5%) |
|
|||||||||||||||
|
|
Brandstof |
34.020 (ervaring: 600 ton kolen) |
9.160 (berekening: 55 ton dieselolie) |
|
|||||||||||||||
|
|
Bijzondere bedrijfskosten (revisies) |
23.400 (ervaring) |
12.700 (schatting 6 %) |
|
|||||||||||||||
|
|
Personeelskosten |
Gelijk (geen stokers) |
|
||||||||||||||||
|
|
Totaal per jaar |
107.370 |
52.620 |
|
|||||||||||||||
|
De investering van f 212.000
voor twee diesellocs zou dus door de jaarlijkse besparing van f 107.370 –
52.620 = f - een dieselloc meer dan 2 x
duurder is dan een stoomloc; - twee diesellocs equivalent
zouden zijn aan vier stoomlocs. In kosten maakt het echter weinig uit of men
van drie of vier stoomlocs
uitgaat (dat heeft alleen invloed op de relatief onbelangrijke posten
afschrijving en rente); - er wordt bespaard door de lagere
brandstofkosten (dat lijkt reëel), maar ook door de lagere kosten voor
reparaties, onderhoud en revisies. Voor diesellocs kan er echter nauwelijks ervaring op dat gebied geweest zijn. |
|||||||||||||||||||
|
Een aantal industrielocs beleeft -al stomend- een gelukkige en verzorgde oude dag bij Nederlandse museumlijnen. Daarvoor moest wel veel gebeuren. Als voorbeeld nemen we de stoomloc van de Nederlandse Stikstof Maatschappij (NSM, nu Yara) in Sluiskil. Het betreft een drieasser die in 1929 door La Meuse in België is gebouwd (zie ook de fabrieksplaat rechts). Onderstaande foto is op 17 april
Men vergelijke de zwart-wit foto met de kleurenfoto eronder, die ongeveer onder dezelfde hoek gemaakt is bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik. |
|
||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Verschillen tussen de vroegere (boven) en nieuwe situatie (foto onder) zijn onder andere (met dank aan Marius van Rijn): Ø De loc kreeg in 1990 een nieuwe ketel. Dat is te zien, want de oude ketel had een Belpaire vuurkist (platte bovenkant, met afgeronde hoeken); de nieuwe ketel heeft een Crampton vuurkist (met cilindrische bovenkant). Ø Voor het beremmen van treinen is rechts op de voetplaat een luchtpomp en op de rechter waterbak een luchtketel geplaatst. Ø Om zonder slingeren 30 km/uur te kunnen rijden, zijn de contragewichten op de wielen verzwaard. Ø De loc reed in Sluiskil zonder asbak; de as viel tussen de rails. De SHM heeft de loc van een asbak voorzien. |
|||||||||||||||||||
|
` |
Het publiek ziet graag een loc met een goed verzorgd uiterlijk. De heer die met de locbemanning staat te praten ziet men dan ook gespiegeld in de waterbak. De stijlvolle rode biesjes en de drie olielantaarns waren in Sluiskil niet aanwezig: op de zwart-wit foto zijn -in elk geval op de voetplaat- geen lamphouders te zien. Ten behoeve van het tram materieel is een middenbuffer geplaatst. De als baanschuiver dienende staaf is verdwenen. Station Wognum, 9 september 2008. |
||||||||||||||||||
|
De drieasser kwam in 1972 bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik (SHM) en werd daar nummer 5. Aanvankelijk was haar naam “Sluiskil”, maar tegenwoordig is het “Enkhuizen” (zie de foto rechts). Waar nu de nummerplaat “Stoomtram Hoorn-Medemblik
|
|
||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
|
Medemblik, 31 augustus 2008. Terwijl de stoker (op klompen) de waterbakken bijvult, smeert de machinist het drijfwerk. Industrielocs werden doorgaans niet met een machinist en stoker gereden; de machinist was ook stoker. |
||||||||||||||||||
|
|
Volgnummer 431 Rein Zaalberg fotografeerde op 16
augustus 1971 de LV (Laura & Vereeniging)
nummer 13 bij de mijn Laura in Eygelshoven. De loc
werd in 1943 door Hudswell Clarke
gebouwd en was achtereenvolgens War Department
75080 en NS |
||||||||||||||||||
|
Volgnummer 439 Klik hier voor deze ex-WSM 23, die via
de suikerfabriek in Zevenbergen bij de Stoomtram Hoorn-Medemblik kwam. |
|||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||
|
{ |
|||||||||||||||||||
|
Terug/verder naar: |
|
||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||