|
► Nieuw ◄ |
|||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
Aanvullingen |
|||||||||||||||
|
aanvullingen, volgens de hoofdstukindeling van “Smalspoor in Bedrijf” |
|||||||||||||||
|
Hoofdstuk 21
Nutsbedrijven en openbare diensten: Bussum: Gemeentewerken Vroeger voerden de gemeentewerken (ook genoemd openbare werken) in diverse gemeentes projecten uit die men tegenwoordig aan een aannemer overlaat. Daarvoor beschikte men over het nodige materieel, waaronder vaak smalspoor. |
|||||||||||||||
|
Het bedrijf Gemeentewerken Bussum legde zelf wegen in Bussum aan en asfalteerde ook bestaande wegen. Daarvoor en voor de bouw van nieuwe wijken was veel zand nodig. In de jaren dertig van de twintigste eeuw had men naast de vaste krachten soms 200 werklozen aan het werk. Het zand werd gehaald uit de Enk (ook wel Engh genoemd). Daar werd vervolgens vuil gestort. Dit gebied heet tegenwoordig de “Groene Long”. Het is een langgerekte parkachtige strook tussen de wijken de Westereng en de Oostereng in Bussum-Zuid. Het Stads- en streekarchief voor Naarden, Bussum, Muiden en Huizen te Naarden bewaart een aantal interessante foto’s. Via de website van dit archief is achtergrond-informatie in de Bussumsche Courant zelfs on line te vinden. De eerste
locomotief Aan de opmerkelijke locomotief op deze foto [1] is
duidelijk geen gerenommeerde fabrikant te pas gekomen. |
|||||||||||||||
|
|
De aandrijfgroep (met motorkap) van een auto is door een doe-het-zelver op het onderstel van een kipwagen gemonteerd. Het remmen gebeurde kennelijk via een remtrommel op de cardanas -zoals indertijd bij auto’s niet ongebruikelijk was [2]- want er zijn geen remblokken bij de wielen te zien. Omdat het carter van de motor naar onderen uitsteekt [2], zit de ketting tussen de aangedreven achteras en de vooras aan de zijkant. Het bijschrift bij deze foto luidt: “motorlocomotief met kiepwagen (1928) d.d. september 1930”. Met de hand is er nog bijgeschreven: “materiaal voor zandvervoer wegenaanleg”. Op de website [1] staat nog “Aangeschaft ten behoeve van de aanleg van de Frederik van Eedenweg”. Die ligt een paar honderd meter noordelijk van de Groene Long. |
||||||||||||||
|
Merkwaardig is dat er geen bedieningsorganen en zitplaats voor de machinist te zien zijn. Mogelijk zijn die verwijderd ter bescherming van de buiten staande loc tegen de jeugd. Het kan ook zijn dat de doosvormige constructie achter de motorkap een afneembaar deksel heeft, waar een en ander onder zit. Bij nadere beschouwing blijkt de loc nogal amateuristisch in elkaar te zijn gezet: |
|||||||||||||||
|
- - - - |
De constructie is niet geklonken (in 1928 was lassen nog niet gebruikelijk) maar in elkaar geschroefd. De bouten en moeren zijn niet geborgd en kunnen dus lostrillen. Waarschijnlijk om de loc een redelijke snelheid te geven, hebben de wielen een grotere diameter dan die van de kipkar. Om makkelijk te kunnen koppelen, wilde men kennelijk dat het frame van de loc niet veel hoger kwam dan het frame van de kipwagen. Het frame van de loc had dan tussen de wielen moeten liggen (een zogenaamd binnenliggend frame) of er buiten (buitenliggend frame). In plaats daarvan heeft het frame een zodanige breedte dat het de wielflenzen zou raken. Men heeft daarom de U-balk van het frame ter plekke van de wielen ingeknipt en het tussen liggende stukje gebogen, zodat er als het ware een spatbordje is gevormd. Dit betekent een grote verzwakking van het frame. De ophanging van de vooras lijkt “slap”: bij het rijden door krappe bogen werkt er een zijdelingse kracht op de wielassen; het gevaar lijkt groot dat de vooras onder invloed van die kracht zijdelings verschuift. De wielassen zijn niet geveerd. Dat betekent niet alleen weinig comfort voor de machinist, maar ook grotere schokbelastingen voor de constructie en grotere kans op ontsporing. |
||||||||||||||
|
De volgende locs Uit onderstaande foto’s blijkt dat gemeentewerken vervolgens toch maar professionele hulp inriep: |
|||||||||||||||
|
↑ Op bovenstaande foto [1] d.d. 27 oktober 1931 ligt de locatie goed vast dankzij de molen de Wandelaar, die inmiddels allang voor de stadsuitbreiding van Bussum bezweken is. De zanderij in de Enk is met een hekwerk afgesloten. Daartegen staan de fietsen van de arbeiders, die een trein van acht kipkarren vol scheppen, met twee man per kipkar. Er voor staat een motorloc, met op de motorkap het ruitvormige logo van de fabrikant O&K (Orenstein & Koppel). De achterkant is een gereedschaps- en ballastkist. Er staat een nummer op, dat bij hoge vergroting van de originele foto goed te lezen is: 4561. Dat is het O&K fabrieksnummer. Met dit nummer is in de O&K leverlijsten het volgende terug te vinden: - De spoorwijdte was 700 mm. Dat zal dan ook voor de zelfbouw loc uit 1928 zo geweest zijn. - Het type was O&K Montania RL1a (dat het een RL1 dieselloc betreft is ook in de foto te zien; het verschil tussen een RL1a en RL1c niet). - De loc is op 19 september 1931 (dus ruim een maand voor het maken van de foto) door O&K in Nordhausen aan de O&K vestiging in Amsterdam geleverd. Het betrof dus een nieuwe loc. |
|||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
↑ Ook deze foto [1] is op 27 oktober
1931 genomen en er zijn dezelfde arbeiders te
zien. De fotograaf heeft zich wat meer naar rechts gedraaid, waardoor de (nog
deels in aanbouw zijnde) huizen van de Talmalaan op de achtergrond zichtbaar
zijn. Het grootste verschil is dat er nu een tweede loc in beeld is gekomen.
Omdat die lichter van kleur is en omdat een deel van de motorkap achter een
heer verborgen blijft, blijkt dat niet direct, maar nadere beschouwing leert
dat die tweede loc van hetzelfde O&K type is. Er is geen andere foto waar
deze tweede O&K RL1a op staat en derhalve is onbekend of hier het
fabrieksnummer ook achterop stond en zo ja, hoe dit dan luidde. |
|||||||||||||||
|
↑ 19
september 1931 [3] 31 augustus 1933 [3]
→ |
|
||||||||||||||
|
Volgens een artikel in de Bussumsche Courant waren er op 31 augustus 1933 (en ook op 3 september 1936 ) twee motorlorries. Dat moeten dan de licht en donker geschilderde O&K’s van de twee bovenstaande foto’s zijn. Op 19 september 1931 (toevallig precies de datum waarop in elk geval de donkere O&K in Amsterdam – dus nog niet in Bussum – werd afgeleverd), was er nog maar één motorlorrie. Men kan zich afvragen of dat de licht gekleurde O&K dan wel de zelfbouw loc was. Dat is niet met zekerheid te zeggen. Opvallend is dat in het linker bericht over kipwagen (en niet kipwagens) gesproken wordt. Dat kan een zetfout wezen, maar niet ondenkbaar is dat gemeentewerken op dat moment werkelijk over maar één kipwagen beschikte. Tenslotte staat op de bovenste foto (met de zelfbouw loc) ook maar één kipwagen. Verder is het goed denkbaar dat de beide O&K’s tegelijk zijn afgeleverd. De al genoemde donkere O&K met fabrieksnummer 4561 werd namelijk op 19 september 1931 bij O&K in Amsterdam afgeleverd in een serie van vijf stuks (fabrieksnummers 4557 t/m 61). Dat men de ene O&K een andere kleur heeft gegeven, kan met herkenbaarheid te maken hebben. Bijvoorbeeld voor onderhoud is het handig als men twee identieke locs makkelijk uit elkaar kan houden. |
|||||||||||||||
|
|
Deze staatsiefoto [1] van de donkere O&K is gemaakt in december 1932. In het bijschrift staat Montania locomotief (1932), maar dat klopt niet helemaal: hierboven bleek dat de locomotief in 1931 is geleverd. Overigens is er ook een (helaas onscherpe) foto uit 1935 van drie kipwagens met een paard plus begeleider in de zanderij. Over paardentractie is niets in de Bussumsche Courant gevonden, maar het betrof mogelijk een onderaannemer of een door gemeentewerken gehuurd paard. |
||||||||||||||
|
Het einde |
|||||||||||||||
|
↓ Op 13 januari 1939 werd de voorgenomen verkoop van een deel van het smalspoormateriaal gemeld [3]. De gemeenteraad gaat er op 19 januari mee akkoord. Let ook eens op het kneuterige einde van het raadsverslag [3]. →
In grote lijnen is de zaak duidelijk: het werk was gedaan, belangrijk nieuw werk werd niet op korte termijn verwacht en daarom werd een groot deel van het materieel verkocht. De O&K locs worden echter niet genoemd in de hierbij weergegeven krantenartikelen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat men nog steeds 2 locs nodig had voor de overblijvende 386 meter smalspoor en 14 kipkarren. Misschien had men al eerder een loc kunnen verkopen. Op een lijst van O&K in Amsterdam uit 1951 staan nog vele klanten met vooroorlogse RL1a locs. Bussum wordt niet genoemd en het in Bussum ingezette fabrieksnummer 4561 is ook niet bij een andere O&K klant te vinden. Het exacte einde van de twee locs blijft dus onbekend. |
|
||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
Samenvatting |
Gemeentewerken Bussum exploiteerde tussen 1931 en 1938 een smalspoorbedrijf met 44 kipkarren, 2386 meter smalspoor, minstens 4 wissels en 2 Orenstein diesellocs van het type RL1a met als taak het vervoer van de zanderij in de Enk naar de in de omgeving daarvan in aanbouw zijnde wijken en wegen. Als voorloper werd in 1928 een merkwaardige locomotief gebouwd. |
||||||||||||||
|
Bronnen |
[1] [2] [3] |
Foto’s van de
gemeentewerken Bussum. in het Stads- en
streekarchief voor Naarden, Bussum, Muiden en Huizen te Naarden Opmerkingen van
Toon Steenmeijer. De Bussumsche Courant in het Stads- en streekarchief voor Naarden, Bussum, Muiden en Huizen te Naarden. |
|||||||||||||
|
Dank is verschuldigd aan mevrouw J. Moonen van het Streekarchief in Naarden en aan medehobbyist Toon Steenmeijer. |
|||||||||||||||