|
► Nieuw ◄
|
|||||||||||
|
Aanvullingen op het boek
“Industrielocomotieven” van Henk Kolkman (met dank aan de heren Gerard de
Graaf, Jan Roos, Peter Verschelden, Co Wesseling en Wytze Wijbenga)
Hoofdstuk 9.5 Provincie
Overijssel |
|||||||||||
|
p. 146 Koninklijke
Stoomweverij (KSW → Nijverdal ten Cate) in Nijverdal |
|||||||||||
|
De Koninklijke Stoomweverij in Nijverdal kocht in 1911 en 1913 de eerste motorlocomotieven voor Nederlands normaalspoor. Deze eerstelingen met benzinemotoren kregen HSM en later NS nummers -91 en 92- omdat ze bepaalde NS sporen mochten berijden tussen de KSW en de tot hetzelfde concern behorende Koninklijke Stoom Bleekerij. Klik hier voor een artikel over de NS 91, 92 en 93. (8,5 Mb). Hoe het met de NS 91 is afgelopen is niet geheel duidelijk, maar de inmiddels prehistorische NS 92 was op 21 juni 1962 nog steeds actief zoals werd vast gelegd door de spoorwegliefhebber dhr. J. Lub, die met zijn gezin de vakanties placht door te brengen in Nijverdal. Zowel de NS 91 als 92 zijn door Oberursel gebouwd en waren van het type 6 Mod. 22. Klik voor de tekeningen. |
|
||||||||||
|
Orenstein & Koppel 20548 (1935) is een dieselloc van het type RL3. De loc werd nieuw geleverd aan de BPM raffinaderij in Pernis. In 1952 kwam ze in Nijverdal. De loc is op de foto uit 1965 – in elk geval uitwendig – nog in de oorspronkelijke staat en rangeert met kolenwagens bij het ketelhuis van de Koninklijke Stoom Blekerij (een onderdeel van de KSW). Na de overschakeling van het ketelhuis op aardgas was er geen emplooi meer. In 1970 ontfermden de Museum Buurt Spoorwegen in Haaksbergen zich om het vooroorlogse tractiemiddel. Opvallend zijn de ballastblokken tussen de wielen. Bron van de foto: Nijverdal ten Cate. |
|
||||||||||
|
Bij de MBS (foto d.d. 20 mei 1992) kreeg de loc het nummer 10. De oorspronkelijke dieselmotor met een vermogen van 35 pk is vervangen door een exemplaar van 75 pk. Er zijn treeplanken aangebracht, die niet origineel maar wel handig zijn. Hoewel de loc van elektrisch licht was voorzien (zie foto hierboven), zijn olielampen geplaatst en er zijn biesjes geschilderd. Kortom, het uiterlijk is misschien niet helemaal authentiek, maar wel heel fraai. Anno 2009 ziet de loc er trouwens anders, maar nog steeds goed uit. Nr. 10 heeft de (hoogste) A status in het Register Railmonumenten. |
|
||||||||||
|
p. 148 |
|||||||||||
|
|
|||||||||||
|
Een landstoomketel is op twee tweeassige lorries (verbonden door een koppelstang) op weg naar waarschijnlijk de eigen haven van Stork aan het Twentekanaal. De tractie wordt verzorgd door de in verhouding nietige “kleine” Schöma, die een rode vlag meevoert. Naast deze diesellocomotief van 45 pk was er ook een “grote” Schöma van 90 pk. Beiden zijn in 1955 nieuw gekomen. Opmerkelijk is dat de loc door een kabel (en niet met een trekstang) met de lorries verbonden lijkt te zijn. Als de loc plotseling remt, zullen de lorries met hun zware last doorlopen en zal de ketel tegen de loc botsen. Bron foto’s boven en onder: Foto-albums “Ketels” van Stork te Hengelo, berustend in het Historisch Centrum Overijssel. Zoals uit de foto hieronder blijkt had Stork ook beter geschikte wagens voor dergelijke transporten. Het betreft de voormalige tender van een NS stoomlocomotief van de “War Department” serie 4301 – 4537. Als revisiedatum staat 19-7-1960 genoemd. |
|||||||||||
|
|
|||||||||||
|
Er vond bij Stork niet alleen intern transport met eigen wagens plaats; ook NS wagens waren er regelmatig te gast, zoals de NS 87014 in juli 1926 op de foto hieronder. Na de voltooiing van het Twentekanaal in 1938 nam Stork een spoorlijn naar een eigen haven in gebruik en zullen de transporten per NS zijn verminderd. |
|||||||||||
|
|
|||||||||||
|
Bron foto: Foto-album “In en om de fabriek IV” van Stork te Hengelo, berustend in het Historisch Centrum Overijssel. |
|||||||||||
|
p. 149 |
|||||||||||
|
|
|||||||||||
|
De zelf gebouwde benzine-elektrische locomotief “Sientje” duwt op 15 juli 1938 een kuilwagen (beladen met een door Heemaf voor Willem Smit in Nijmegen gebouwde elektromotor) naar de overgavesporen. Op de achtergrond staan de koeltorens van het Twents Centraal Station, een particuliere elektrische centrale. Deze lag niet aan (vaar)water. Dat betekende niet alleen dat de kolen per spoor aangevoerd moesten worden, maar ook dat er bronwater opgepompt moest worden als voedingswater voor de stoomketels. Dat kostbare water werd voor een groot deel hergebruikt, maar moest daarvoor eerst worden afgekoeld in de houten koeltorens. De situatie is herkenbaar op de kaart hieronder. Het Twents Centraal Station is daar in blauw aangegeven. Bron foto: Hengelo’s Educatief Industrie Museum |
|||||||||||
|
|
|||||||||||
|
De Heemaf en het Twents Centraal Station waren nauw met elkaar verweven en lagen aan hetzelfde raccordement. De kaart veranderde tussen 1917 en 1977 maar weinig. Bron kaart: bewerkt uit Jaarverslag Heemaf (in diverse jaarverslagen staat ongeveer dezelfde kaart). |
|||||||||||
|
|
|||||||||||
|
Het transport van de vorige foto is inmiddels aangekomen op de overgavesporen nabij de NS spoorlijn Hengelo – Almelo (rood op de kaart). De kuilwagen op drieassige draaistellen is eigendom van de transformatorenfabriek Willem Smit in Nijmegen. Bron foto: Hengelo’s Educatief Industrie Museum. |
|||||||||||
|
Zie voor Heemaf ook op deze website: Draaischijf Traverse Driebenig spoor |
|||||||||||
|
Terug naar: |
|
||||||||||