|
► Nieuw ◄ |
||||||||||||||||||
|
Aanvullingen op het boek
“Industrielocomotieven” van Henk Kolkman (met dank aan de heren Gerard de
Graaf, Jan Roos, Co Wesseling en Wytze Wijbenga) Hoofdstuk 9.7 Provincie Utrecht |
||||||||||||||||||
|
p. 160 Utrecht Werkspoor
|
||||||||||||||||||
|
In de loop der tijden gebruikte Werkspoor-Zuilen diverse bedrijfslocomotieven, soms eigenbouw en soms niet. Doorgaans waren er vier tegelijkertijd. Daarentegen beschikte Werkspoor in Amsterdam niet over een eigen loc. Op een film over de door Heemaf en Werkspoor voor Nederlandsch Indië gebouwde Elocs rangeert bij Werkspoor Amsterdam een soort tractor. |
||||||||||||||||||
|
|
Werkspoor fabrieksnummer 783 (1940). Het luchtreservoir onder de bufferbalk en de op het achterwiel werkende remcilinder maken duidelijk dat het geen locomotor van de NS serie 103-152 (met alleen een mechanische rem) betreft. Ook is deze locomotor langer en heeft een Gardner 72 pk dieselmotor in plaats van een 50 pk Kämper benzinemotor. Foto: Jan Roos, 25 september 1965 |
|||||||||||||||||
|
Ruhrthaler 3444 (1957 was bedrijfslocomotief nr. 5. Na de sluiting van Werkspoor-Zuilen werd het de “Keesje” van Strukton; zie Figuur 111 in dit boek. Foto: Jan Roos, 20 september 1965 |
|
|||||||||||||||||
|
p. 161 Utrecht Demka
|
||||||||||||||||||
|
|
Deutz 55544 (1953) en 55727 (1954) als Demka 510.34 en 510.35 op de
overgave-sporen. Links op de achtergrond is de spoorlijn Utrecht-Amsterdam te zien. Bron: Demka-archief |
|||||||||||||||||
|
Demka stelde bij de vervanging van de stoomlocs aan
diesellocs de eisen dat ze geen locloods nodig hadden en convooien van 20–30
beladen wagens naar Demka konden brengen. Dat betekende (indertijd) een
treingewicht van 600 à 900 ton en dus -bij een treinweerstand van 6 kg/ton-
een trekkracht van 5400 kg. Dat correspondeert bij een snelheid van 4,5
km/uur ofwel 4500/3600 = 1,25 m/s met een vermogen van 5400 x 1,25 = 6750 kgm/s. Omdat 1 pk = 75 kgm/s is, geeft
dat 6750/75 = 90 pk. Voor het rendement van de
hydraulische overbrenging werd 90 % gerekend. Voor de mechanische
overbrenging (kettingen en een bij stilstand te bedienen mechanische
versnelling met twee standen) kwam men op 85 %. Het vermogen van de
dieselmotor zou dan minimal moeten zijn: 90 / (0.90 x 0.85) = 117 pk. Voorts werd nog eens 10 pk
gerekend voor hulpapparatuur (compressor, dynamo). Daarom adviseerde de NS
afdeling TransportVoorlichting het Deutz type A8L614 van 130 pk. De eerste loc werd aangeschaft
in juli 1953. Men meende dat het werk voor de tweede loc anders zou worden,
namelijk het verdelen van het convooi over de afdelingen (en terug) en
vervoer van en naar de haven. Daarom
werd gedacht aan een goedkopere uitvoering van hetzelfde type, met dezelfde
motor maar afgesteld op 120 pk, geen mechanische versnellingsbak, alleen een
mechanische rem in plaats van de Knorr rem, etc. Kennelijk zijn die plannen
niet doorgegaan, want op de foto hierboven hebben beide locs remslangen. |
||||||||||||||||||
|
p. 163 Maarssen
Strukton |
Simplex locs 73 en 99 |
|||||||||||||||||
|
|
De foto links en de gegevens eronder zijn afkomstig van Strukton. De Simplex staat op de werf (van toen nog het Spoorweg Bouw Bedrijf) in Maarssen. De foto moet daarom in of na 1952 zijn genomen, want in dat jaar verhuisde het SBB van Schijndel naar Maarssen. |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
Deze foto uit het tijdschrift Nieuw Spoor van november/december 1962 toont een Simplex bij de zandtransporten voor de Westlandse Zeewering. De Simplex blijkt ondertussen te zijn voorzien van zware, primitieve buffers. Simplexen werden – doorgaans voor smalspoor - gebouwd door Motor Rail (UK) en geïmporteerd door zowel Orenstein & Koppel in Amsterdam als Polytex in Rotterdam (later Haarlem). Het Spoorweg Bouw Bedrijf komt onder de kop “Simplex 20-28 pk”voor op een referentielijst van O&K uit 1950. Bijzonderheden (bouwjaar, aantal, spoorbreedte) ontbreken. De Simplexen zijn dus in of voor 1950 bij het SBB gekomen. |
|||||||||||||||||
|
|
De foto hiernaast is in 1971 genomen bij de aanleg van het
industrieterrein Moerdijk. De Simplex is
nog steeds van zware buffers voorzien en duwt de lorrie. Achter de bestuurder
steekt de trekstang omhoog. Bron: NS Transportvoorlichting / Logitech |
|||||||||||||||||
|
Het leuke van de onderstaande foto is dat de Ducrora loc Martinie er met een werktrein op staat en wel bij de aanleg van de metro nabij Diemen. Helaas is uw webmaster vergeten hoe hij aan de foto kwam. Stuur s.v.p. een e-mail ↓ |
||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
J.A. Bonthuis fotografeeerde de Ducrobra loc Martinie bij de aanleg van de Amsterdamse Metro nabij Diemen minstens twee keer. Zoek de drie verschillen ! De antwoorden staan hieronder. Op 26 april 1973 stond tussen de voorruiten nog SBB en op de motorkap voluit NV SPOORWEG BOUWBEDRIJF. Verder was er nog geen deur. |
|
|||||||||||||||||
|
Op 22 maart 1974 was de afkorting SBB verdwenen. Op de motorkap stond nu Struktongroep met een logo. De karakteristieke deuropening (zonder deur) had plaats gemaakt voor een gewone rechthoekige deur. Daartoe is in de bovenste helft de opening kleiner gemaakt door twee platen in te lassen. De lasnaden zijn nog vaag te zien. |
|
|||||||||||||||||
|
J.A. Bonhuis fotografeerde Klaartje op 20 december 1966 bij de aanleg van de Rotterdamse Metro ↓ Klik hier voor een tekening en meer gegevens. |
||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
Klik hier voor een tekening van de Strukton Sik “Johanna”. |
||||||||||||||||||
|
De Orenstein & Koppel loc Tiny in Zutphen, 3 mei 2001. Vanwege de ver naar onderen doorgetrokken frameplaten is haast niet te zien dat het om een drieasser gaat. Tiny was afkomstig van de Shell raffinaderij in Pernis (Figuur 131 in dit boek). |
|
|||||||||||||||||
|
|
Orenstein & Koppel loc Herma op het Werkemplacement van de Flevolijn (op de achtergrond zichtbaar). Almere, 28 mei 1986. Vergeleken met de volgende (op ongeveer dezelfde plaats genomen) foto hangt de bovenleiding al en is een seinpaal geplaatst. |
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
Deutz loc Mia op het Werkemplacement van de Flevolijn (waarvan de bovenleidingmasten op de achtergrond te zien zijn). Almere, 26 jan 1986 Zie correcties voor Mia’s verdere levensloop. |
|
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
Hieronder: Esther (ex-NS 640) te Lage Zwaluwe, 21 september 2003 |
||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
Jung 14152 (1972) staat op 26 februari 2004 in de sneeuw op de Strukton werf in Maarssen, als opvolger van de ex-NS Sik Johanna (Figuur 213 in dit boek). Anders dan bij de andere Strukton locs is (nog) geen Strukton logo en geen naam aangebracht. Anno 2009 is een dergelijke foto (vanaf de andere kant van de lijn Utrecht-Amsterdam) niet meer te maken. |
|
|||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
De fabrieksplaten hierboven vertellen iets over de geschiedenis van Janine. Zij werd onder fabrieksnummer 57471 in 1963 door Deutz gebouwd en in 1995 ingrijpend gerenoveerd door ABB Henschel. Strukton heeft vier van deze draaistellocs. Zutphen, 22 maart 2005. Hieronder: Berta en Carin op 21 september 2003 in Roosendaal. Berta is de ex-NS 2270, waarvan na inbouw van een nieuwe motor de motorhuif verlaagd werd. Bert had twee zusters. Het trio ging in 2007 naar Eurailscout in Amersfoort. Carin heeft drie zusters. Het zijn de enige locs die Strukton ooit nieuw gekocht heeft. |
||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||
|
Terug naar: |
|
|||||||||||||||||