|
► Nieuw ◄ |
||||||||||||
|
Aanvullingen op het boek “Industrielocomotieven” van Henk Kolkman (met dank aan de
heren Gerard de Graaf, Jan Roos, Co Wesseling en Wytze Wijbenga)
|
||||||||||||
|
Op. 70 van dit boek staat: “Uiterlijk afwijkend
was ook de MV6B, die bij Maasglas in Tiel (Figuur 234) en daarvoor bij de
suikerfabriek in Zevenbergen (Figuur 156) reed. De eerste eigenaar was
Westfalenhütte in Dortmund, waar deze loc ruggelings aan een identiek
exemplaar gekoppeld was. Vanwege de bedrijfsomstandigheden was het paartje
extra smal uitgevoerd.” Van dit ruggelings gekoppelde paar bestaat het
volgende beeldmateriaal: |
||||||||||||
|
|
De
Westfalenhütte in Dortmund kocht in 1956 bij Orenstein & Koppel een
dubbelloc, bestaande uit twee ruggelings gekoppelde locs van het type MV6B.
Voor zover bekend heeft O&K niet meer dubbellocs verkocht. Een dubbelloc
heeft de dubbele trekkracht en een kleine boogstraal en is door 1 man te
bedienen. De foto bevindt
zich in een verslag uit 1957 van NS Transportvoorlichting over een bezoek aan
O&K. Zoals in die tijd gebruikelijk was het verslag gestencild en waren
er kartonnen bladen met foto’s aan toegevoegd |
|||||||||||
|
|
maar het starten
en stil zetten van de motoren, het schakelen van de verlichting en dergelijke
diende vanuit de afzonderlijke cabines te gebeuren. Cockerill
leverde ook dubbellocs, onder andere aan Hoogovens. Daar kon de machinist via
de achterbalkons van de ene loc naar de andere; zie Figuur 253 in dit boek. Ruston & Hornsby had een
aparte folder gewijd aan dubbellocs. Voor de
toepassingen zouden locs op draaistellen waarschijnlijk meer voor de hand
hebben gelegen, maar die leverden genoemde drie firma’s (nog) niet. |
|
||||||||||
|
De schets boven
en de foto rechts zijn afkomstig uit Orenstein & Koppel folders.
Kennelijk waren de twee cabines gekoppeld met een “gummi worst”, zoals in
Duitsland bij rijtuigen gebruikelijk was en zodat de machinist makkelijk van
de ene in de andere cabine kon komen. Het rijden gebeurde wel vanuit één
cabine, |
||||||||||||