fabrieksspoor los

 

Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

 

Stoomtractie op smalspoor

Stoomtractie op normaalspoor

Motortractie op smalspoor

Motortractie op normaalspoor

Boeken

Aanvullingen

Tijdschriften

Raadsels

Tekeningen

 

aanvullingen, volgens de hoofdstukindeling van “Smalspoor in Bedrijf”

Hoofdstuk 13     Keramische industrie: Tegelen : 600 mm spoorwijdte

Algemeen

Russel

Tiglia

Teeuwen

Laumans

Kurstjens

Sporen naar Kaldenkirchen

   

 

Algemeen

wandeltochtbewerkt

De fabrieken in Tegelen maakten gespecialiseerde producten, zoals dakpannen, gresbuizen en verblendsteen. Aanvankelijk werden de kleigroeves terrasvormig uitgegraven. De klei werd met de schop van het ene terras naar het andere gegooid en werd met paard en wagen naar de fabriek gebracht. De invoering van het smalspoor was een hele verbetering. Het smalspoor werd via een lange helling tot in de bodem van de groeve gelegd. Bovenstaande foto laat zien hoe de kipkarren daar met de schop beladen werden. De foto is afkomstig uit het museum Keramiekcentrum Tiendschuur in Tegelen. Locatie en datum zijn onbekend. De kipkarren werden met een paard - en later met een benzineloc (rechtsboven op de foto) – naar de fabriek gebracht. Stoomlocs zijn er nooit aan te pas gekomen.

Excavateurbewerkt

Nog voor de Tweede Wereldoorlog werd ook de winning van de klei sterk gemechaniseerd door het gebruik van grote excavateurs. Zo nam de firma Laumans nam in 1938 de groeve “Twee Heuvels” of  “Op de Heide” in gebruik. De foto hierboven (Tiendschuur, datum onbekend) toont de excavateur voor klei. Links wordt de klei met baggeremmers afgeschraapt. De klei wordt rechts met een lopende band omhoog gebracht en vervolgens gestort in kipwagens, die op de begane grond staan. Het smalspoor kwam dus niet meer in de groeve (het kon ook anders: zie de groeve van Jos Kurstjens). Op hetzelfde breedspoor is uiterst links een stukje van een tweede excavateur te zien. Die schraapt rechts het dekzand weg en gooit het via een lopende band links neer, zodat de groeve bij iedere passage van de zandexcavateur wat opschuift.

Bron van de kaart : Keramiekcentrum De Tienschuur, Tegelen

De groeve van Laumans is ook te zien op een fragment van een kaart die de keramist Jac Bongaerts in 1963 tekende.

Let wel: het noorden is links en de landgrens loopt bovenin. De excavateurs lopen op breedspoor ter lengte van 200 m. De bovenste is voor zand en die daaronder voor klei. De groeve is 17 meter diep. Er lopen smalspoorlijnen naar de fabrieken van Laumans in Kaldenkirchen (Duitsland) en Tegelen. Die smalspoorlijnen zijn ook te zien op de kaart hieronder, waarin het noorden gewoon bovenin ligt.

Het beperkte sporenplan was doelmatig. Er waren aparte locs voor de lijn en de groeve. De procedure zal als volgt zijn geweest:

De groeveloc zet de volle kipkarren op het evenwijdig aan de groeve liggende omloopspoor. De van de fabriek komende trein met lege kipkarren rijdt het stukje doodlopend spoor op. De treinloc wordt ontkoppeld. De groeveloc trekt de juist aangekomen lege kipkarren op het spoor naast de volle kipkarren naast de groeve. De treinloc rijdt terug tot voorbij het wissel. De groeveloc duwt de volle kipkarren op het doodlopend spoor en rijdt weer terug. De treinloc rijdt voor de trein en rijdt naar een fabriek (in Kaldenkirchen of Tegelen).

De gemeente Tegelen hief jaarlijks een bedrag per meter smalspoor, voor zover dit op openbaar terrein lag. Het was daarom van belang voor de gemeente om te weten waar smalspoor lag en van wie het was. Onderstaande kaart komt uit een map met vergunningen, die de gemeente Tegelen in de periode 1923 t/m 31-12-1964 voor het hebben van smalspoor verleende. Na de opheffing van de gemeente Tegelen ging de map naar het gemeentearchief Venlo. De basiskaart is uit 1937. De smalspoorlijnen (streep-stippel-lijnen) en fabrieken waren al ingekleurd; uw webmaster heeft er - zoveel mogelijk in de oorspronkelijke kleur - alleen de fabrieksnamen bij gezet, groeves omcirkeld en de viaducten (2 zwarte boogjes en een zwart cijfer), NS spoorlijnen (zwart) en de oude lijn van Tiglia (donkerrood, getrokken) ingetekend. Russel en Tiglia fuseerden in 1935. Daarom zijn beide fabrieken op de kaart met dezelfde kleur (rood) aangegeven. Het 900 mm spoor van Canoy & Herfkens lag ook in Tegelen, maar net boven de bovenrand van de kaart.

Op de Heide

 

Teeuwen

 

1927- 1951

 

6

 

5

 

4

 

NGI

 

2

 

1

 

3

 

Spoorlijn

 

1902- 1951

 

Onderste Molen

 

Oud

 

Nieuw

 

Egypte

 

Kurstjens

 

Kurstjens

 

Russel

 

Tiglia

 

Laumans

 

Teeuwen

 

Teeuwen

 
TegelenKaartGemeente

Bijzonderheden van Tegelen zijn dat er nog veel in archieven is te vinden (zie de bronnen onderin) en dat verschillende monumenten aan het smalspoor herinneren. In de naburige dorpen Belfeld, Reuver en Swalmen stonden de fabrieken in de dorpen in het Maasdal en werd de klei gewonnen in de “Steilrand” van dat Maasdal. De smalspoorlijnen waren daarom Oost-West georiënteerd. In Tegelen werd de klei in een veel breder gebied gewonnen. De smalspoorlijnen liepen kris-kras door elkaar in het hellingrijke terrein. Er waren twee viaducten van een smalspoorlijn over een andere smalspoorlijn (1 en 2 op bovenstaande kaart), een viaduct van een smalspoorlijn over een weg (3), twee viaducten van een smalspoorlijn onder een weg (4 en 5) en viaduct van een spoorlijn over een straat + smalspoorlijn (6). De nummers 5 en 6 bestaan niet meer; 1 t/m 4 zijn monument.

Er lagen drie fabrieken (Tiglia, Laumans, Jos Kurstjens) langs de spoorlijn Roermond naar Nijmegen. Ze hadden elk een spooraansluiting. Er lagen ook drie fabrieken (Paul Teeuwen, Afred Russel en de NGI) langs de Kaldenkerkerweg. Daarvan had de NGI (Nederlandse Greswaren Industrie) al sinds 1935 geen smalspoor meer. De fabrieken aan de Kaldenkerkerweg waren aangesloten op een in 1924 geopend stamspoor dat achter de fabrieken langs liep.

13541vdM

Er waren ook gelijkvloerse kruisingen. Kees van de Meene fotografeerde in 1959 de kruising van het NS stamspoor met de 600 mm lijn van Kurstjens, die hier naast de Weg naar Egypte liep. In de verte is een wissel te zien waar de NS aansluiting van Teeuwen aftakt. Het op de achterkant zichtbare vijfkante S bord verplichtte een NS machinist tot stoppen voor de wegkruising. Machinisten van smalspoorlocs werden niet gewaarschuwd.

 

Terzijde: de exotische naam Weg naar Egypte bestaat echt; het betreft maar liefst drie wegen naar de buurtschap Egypte.

Terug naar de kaart.

Alfred Russel

                        

stichtte zijn fabriek in 1885. Met roodbakkende klei uit de eigen groeve Egypte, later gele klei uit een eigen groeve in Belfeld en witte uit het Westerwald werden verblendstenen en plavuizen gefabriceerd.

In 1916 kwam er een ringoven en in 1926 een tweede. In 1935 fuseerde het bedrijf met Tiglia tot Russel-Tiglia. In 1966 fuseerde Russell-Tiglia met Canoy-Herfkens tot “Tegula”. Dit concern sloot de fabriek van Alfred Russel in 1975.

Van de hier besproken bedrijven had Alfred Russel als eerste in 1896 smalspoor. De lijn kruiste drie karrensporen van concurrenten. Op twee daarvan werd later ook smalspoor gelegd. Er werden toen (tussen 1920 en 1925) drie viaducten gemetseld (1, 2 en 3 op de kaart).

Kees van de Meene liep in 1959 over het traject van het toen al verwijderde spoor van Alfred Russel. Het smalspoor onder de viaducten was nog wel in gebruik en vanaf dat viaduct werd deze foto gemaakt van een trein van Teeuwen (2 op de kaart) getrokken door Diema. Het zal niet de bedoeling zijn geweest dat de bak van de achterste wagen gekanteld was, want het verschoven zwaartepunt vergroot de kans op ontsporing.

 

5326vdM

En zo  zag het er op 19 maart 2004 uit. Er zat nog geen blad aan de bomen en struiken, dus het viaduct was goed te zien. Over de drie viaducten –dus over het tracé van de voomalige smalspoorlijn van Alfred Russel- loopt een wandel- en fietspad. De drie viaducten zijn sinds 2002 rijksmonumenten. Zie ook http://monumenten.venlo.nl

Klik op ZoekMonument, kies als plaats Tegelen en als straat Egypte en verbaast u over “oorsprong 1850 - 1940”

terwijl toch in één der viaducten een steen met het jaartal 1923 is ingemetseld.

Zou het niet leuk zijn als er een museumlijn over de viaducten zou voeren ?

Smalspoor Tunnel Egypteklien

De eerste twee locs waren afkomstig van de tram “Venlo-Tegelen-Steyl”. Deze onderneming had drie Deutz locomotieven van het vierkante trammodel. Eén van de financiers, dhr. Syrier, wikkelde in 1918 de liquidatie af. Hij verkocht de in 1910 gebouwde locs I en II aan Alfred Russel voor slechts ƒ 500 in totaal ( de locs waren voor ƒ 8.000 per stuk gekocht). Ze werden van hun kast ontdaan en de spoorbreedte werd van 750 tot 600 mm terug gebracht. Als brandstof werd voortaan benzine in plaats van benzol gebruikt. De locs deden dienst tot circa 1934.

VenloTegelenSteyl

Loc II in de Spoorstraat in Venlo, voor hotel Germania. De loc is op weg naar station Venlo om vandaar op 9 november 1910 te beginnen aan de openingsrit van Venlo-Tegelen-Steyl. Precies dezelfde foto staat in het boek Tramlijn Venlo-Tegelen-Steyl van R.G. Klomp. Bovenstaande foto is echter afkomstig uit een Nederlandstalige Deutz catalogus in het NVBS archief. Opvallend is dat – vergeleken met de foto in genoemd boek - op bovenstaande foto het locnummer en de naam van de eigenaar zijn weggeretoucheerd.

Verder zijn via dhr. Hay van Rhee nog de volgende diesellocs bekend:

Fabrikant

Deutz

 

Deutz

Ruston & Hornsby

Fabr.nr.

7239

 

??

??

Bouwjaar

1927

 

193.

??

Type

MLH222F

 

OMZ117

30DL

Soort

Bdm

 

Bdm

Bdm

Opmerkingen

Volgens het Deutz archief nieuw geleverd aan Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen, Zaandam, met 700 mm spoorwijdte

 

Circa drie stuks

In 1947 werd –aanvankelijk clandestien- een tijdelijk tweede spoor gelegd, omdat snel een hoeveelheid zand uit Egypte moest worden afgevoerd. In 1951 werd de vergunning nog verlengd. Behalve met een bel mocht een tram nu ook met een mechanische fluit worden aangekondigd. De lijn naar Egypte is in of voor 1957 opgebroken.

Op het fabrieksterrein bevond zich een traverse en zes 1000 mm en twee 1200 mm draaischijven. Op de traverse en de 1000 mm draaischijven sloot 500 mm spoor aan. Dit leidde naar zaken als “droogbreuk”, breuk, OT en ET. Sommige van de sporen waren met de traverse en de draaischijven te bereiken; anderen alleen met de traverse. Op de kopse kant van de traverse en de 1200 mm draaischijven sloot 600 mm spoor aan.

Gebroeders Teeuwen (van 1940 tot 1971 Paul Teeuwen)                 

 

De fabriek werd al in 1844 opgericht. Nog in 1870 waren de belangrijkste stukken uit de inventaris een bruin paard (ƒ 240) en twee karren (ƒ 90 en ƒ 110). In 1920 kwam de eerste ringoven; in 1925 de tweede. Een deel van de bedrijfsgebouwen in Tegelen is nog aanwezig. Nu produceert Wienerberger Koramic Dakpannen hier dakpannen.

Fragment van een kaart die dhr. Jac Bongaerts in 1963 tekende. Het origineel bevindt zich in Keramiekcentrum De Tienschuur te Tegelen.

 

Rechts bovenin het nog steeds bestaande trappistenklooster Ulingsheide. Links onderin loopt de lijn van Kurstjens naar de groeve de Onderste Molen. Ook hier waren de lijnen van de verschillende fabrieken verweven. Ook de lijn naar Kaldenkirchen is aangegeven.

 

De groeve schoof door het afgraven steeds op. Daarom was er slechts één spoor naast de groeve. Het omloopspoor bevond zich een stuk buiten de groeve, zodat dit niet steeds verplaatst moest worden.

Er is maar één excavateur getekend die kennelijk zowel voor zand als klei gebruikt werd.

Dat was anders in de oude groeve (rechts op de tekening). Op de foto hieronder zijn daar 2 excavateurs te zien.

 

Overigens had Paul Teeuwen ook een groeve nabij de Staatsmijn Hendrik. Vanaf 1942 werd erover gesproken om een smalspoorlijn aan te leggen van deze groeve naar het emplacement van de Hendrik, waar de klei zou worden overgeslagen op normaalspoor-wagens. Pas in 1947 kwam de overeenkomst tot stand. De capaciteit was vier à vijf normaalspoorwagens per dag

(informatie van Gerard de Graaf).

naar fabriek Teeuwen in

Kaldenkirchen

 

naar fabriek Teeuwen in Tegelen

 

fabriek Kurstjens

 

groeve Kurstjens

 

Op 15 oktober 1957 fotografeerde Kees van de Meene de oude groeve van Teeuwen. Op de achtergrond rechts het trappisten-klooster Ulingsheide, waar nu nog maar twee trappisten wonen.

De zandexcavateur (met een arm van 40 m) verplaatste de 12 tot 15 m dikke zandlaag van rechts naar links. Hieronder lag 1½ tot 2½ m klei, die met treinen van 10 tot 20 wagens naar de fabrieken in Tegelen en Kaldenkirchen ging.

De groeven van Teeuwen zijn tot circa 1975 als vuilstort gebruikt en daarna met een laag aarde bedekt. Tegenwoordig is hier weer bouwland en herinnert niets meer aan de kleiwinning.

5327vdM

Een calculatie van Teeuwen wees uit dat met 22 kipwagens en een smalspoor ter lengte van 1500 m, tractie per locomotief voordeliger werd dan paardentractie. Teeuwen bestelde dan ook als eerste in de regio op 25 april 1913 een benzinelocomotief en wel bij de firma Deutz in Keulen. De aflevering vond op 2 september 1913 plaats. Verdere leveringen werden verhinderd door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog: de firma Deutz moest aan het Duitse leger leveren. Bovendien steeg de prijs van de motorbrandstoffen benzine en benzol naar ongekende hoogte.

De Deutz leverlijst vermeldt uiteindelijk niet minder dan tien locs, waarvan er negen aan Teeuwen in Kaldenkirchen zouden zijn geleverd. Alleen al het aantal doet vermoeden dat een deel van deze locs vanuit Kaldenkirchen een enkele reis Nederland heeft gemaakt, misschien wel zonder invoerrechten te betalen ……..

*  Deutz 1316 (1913)

*  Deutz 2308 (1916)

*  Deutz 3815 (1919)

*  Deutz 3903 (1920)

*  Deutz 4132 (1921)

*  Deutz 6168 (1922)

*  Deutz 6221 (1922)

*  Deutz 6867 (1925)

*  Deutz 6953 (1926)

*  Deutz 7078 (1926)

type CXIVF

type CXIVF

type CXIVF

type CXIVF

type CXIVF

type CXIVF

type 4a22A

type ML128F

type MLH132F

type MLH132F

B-bm

B-bm

B-bm

B-bm

B-bm

B-bm

B-bm

B-bm

B-dm

B-dm

600  mm

600  mm

600  mm

600  mm

600  mm

600  mm

600  mm

600  mm

Als enige geleverd aan Teeuwen in Tegelen

Geleverd aan het Duitse leger; in 1919 naar Teeuwen.

 

 

 

 

Waarschijnlijk door Oberursel gebouwd.     

 

600  mm

600  mm

}

H in type: Hochdruck (= diesel); de andere locs hadden benzinemotoren.

veld en bosch

ArchVenlo

Deze foto uit een Nederlandstalige Deutz catalogus (uit de NVBS bibliotheek) toont een Deutz smalspoorloc van het type CXIVF, waarvan er vijf geleverd werden aan Teeuwen in Kaldenkirchen. De ronde uitstulping onder de motokap is voor het vliegwiel en de schoorsteen is voor de stoom van de verdampingskoeling.

Dit is een foto uit het gemeentearchief in Venlo. Plaats en jaar van de opname zijn niet bekend. Duidelijk is wel (vergelijk met de foto links) dat de loc een Deutz van het type CXIVF is. Het zou dus één van de locs van Teeuwen kunnen zijn. Maar de Deutz leverlijst is niet volledig, dus het kan ook een andere Tegelse fabriek betreffen.

 

Bij Teeuwen reden volgens ooggetuigen en foto’s na de Tweede Wereldoorlog Diema’s. Ook was er een Ruston & Hornsby van het type 30DL. Alle hier genoemde Tegelse fabrieken hadden Rustons van dit type.  Hoeveel is vaak niet duidelijk, want er is geen Ruston & Hornsby leverlijst en de locs droegen –afgezien van enkele uitzonderingen- geen bedrijfsnummers.

De Diema leverlijst vermeldt alleen locs voor Jos Teeuwen in Kaldenkirchen. Ook Ruhrthaler leverde locs aan Jos Teeuwen in Kaldenkirchen. Omdat de bedrijven van Teeuwen in Kaldenkirchen en Tegelen door een smalspoorlijn waren verbonden (zie kaart), zijn de “Nederlandse” Diema’s mogelijk via Kaldenkirchen geleverd. Het gaat om de volgende diesellocs:

*  Diema 1222 (1948)

*  Diema 1265 (1948)

*  Diema 1308 (1949)

*  Diema 1312 (1949)

*  Ruston ……(circa 1950)

*  Ruhrthaler 3051 (1952)

*  Ruhrthaler 3209 (1954)

type DS12

type DS30

type DS40

type DS40

type 30DL

type DK10

type D10Z

B-dm

B-dm

B-dm

B-dm

B-dm

B-dm

B-dm

500  mm         

600  mm

600  mm

600  mm

600  mm

600  mm

500  mm

In het tijdschrift Polderspoor (van de Gelderse Smalspoor Stichting), nummer 2005-2, noemt Hay van Rhee een Diema die uitsluitend dienst deed op het fabrieksterrein van Paul Teeuwen, voor het vervoer van klei van de malerij naar de rijpingskelders. Dat zal een loc uit bovenstaand lijstje zijn geweest.

 

 

Tiglia

 

Tiglia begon in 1901 aan de Steenweg met als baas dhr. Rijvers, tot dan baas bij Alfred Russel. In 1912 kwam de eerste ringoven, in 1917 de tweede. Tiglia produceerde duurdere steensoorten, zoals verblendsteen. In 1927 werd een tunneloven gebouwd voor de fabricage van dakpannen. De oven functioneerde niet en werd weer afgebroken.

In 1935 fuseerde Tiglia met Alfred Russel tot Russel-Tiglia. In 1966 fuseerde Russell-Tiglia met Canoy-Herfkens tot “Tegula”. De fabriek voor rode dakpannen aan de Steenweg werd in 1969 gesloten en afgebroken en die voor blauwe in 1974. Nu zetelen hier diverse andere bedrijven.

 

De klei werd gewonnen aan de Snelle Sprong en de naburige Hondsdiek of Hondsdijk, beiden op het landgoed van Johan Hendrik Antony (roepnaam Henri) van Basten Batenburg, kasteelheer van kasteel de Holtmühle en één van de initiatiefnemers van de fabriek. Henri en zijn broers Wigbold Rutger Carel (roepnaam Carel) en Willem J.H.T. bezaten samen 24 van de 50 aandelen; Carel was directeur.

Met de aanleg van het smalspoor werd in augustus 1901 begonnen. Begonnen werd met paardentractie. Een paard trok twee kipwagens (Dat lijkt weinig. Verschillende bronnen zijn het er over eens dat één paard zes kipwagens van ¾ m3 over een vlakke weg kon trekken).

Kasteel Holtmühle wordt ook Glazenapp genoemd en is tegenwoordig een hotel, pardon, Bilderberg Chateau Holtmuhle. In de Tiendschuur is het Keramiekcentrum gevestigd. Bij de ingang van het complex staat een goed onderhouden locmonument. Het betreft Deutz 21205 (1936) van het type OMZ117 van de firma Laumans. Deze buurman van Tiglia maakte namelijk deels van het hetzelfde traject gebruik als Tiglia.

 

Het is Deutz 21205 (1936) van het type OMZ117. De voormalige ISM 51 is sinds  1995 weer in Tegelen,

(foto: 7 januari 2003)

Smalspoor monument Holtmuhle

HPIM4753

HPIM4754

Op deze detail foto is ondere andere te zien dat:

- er op lucht gestart werd (de luchtketel in de cabine);

- de machinist niet dwars zat;

- Spoorijzer de importeur was.

 

Er kon ook met en slinger gestart worden.

 

Beide detailfoto’s: 9 maart 2009

handarbeid

In 1906 bleek de klei “van het kasteel” onvoldoende en kocht Tiglia het eeuwenoude landgoed Wambach van Dr. Eduard Boetzkes. Die had in 1899 een contract gesloten voor kleilevering met zijn zwager Hubert Teeuwen. Dit contract werd dus voortijdig verbroken.

 

Bij Tiglia werd minstens tot 1935 de klei met de hand gedolven. Dat werk werd uitbesteed; er werkten circa 25 man in de groeve.

De foto links betreft een scan van een foto van museum Keramiekcentrum Tiendschuur in Tegelen. Het is niet zeker dat de foto op Tiglia slaat, maar de foto illustreert in het elk geval het zware kleidelven met de hand.

De Y vormige strips op de kipbak wijzen erop dat de kipkarren bovenin de fabriek gelost werden. Vanaf de begane grond naar de losvloer lagen dan twee hellingbanen: één voor opwaarts en één voor neerwaarts verkeer. Boven beide banen hing een oneindige ketting. De volle kipkarren werden op de begane grond met de Y vormige strips aan de ketting gehaakt en zo naar boven getrokken. Daar aangekomen werden ze los gehaald, leeg gekipt en aan de naar beneden gaande ketting gehaakt. Het valt op dat bij de andere Tegelse foto’s geen kipbakken met Y vormige strips te zien zijn.

 

In de jaren twintig van de twintigste eeuw werd op het landgoed van kasteel de Holtmühle de tunnel “Hondsdiek” (4 op de kaart) onder een zandweg gebouwd. Tiglia deelde de gemeente op 25 maart 1925 mee dat het transport vanaf Wambach aangevuld moest worden met transporten vanaf de groeve Hondsdijk, “die door hare leemlagen nog tientallen jaren in exploitatie blijft”. Het liep kennelijk anders. Uit een stuk van de gemeente  uit 1925 (gewijzigd in 1927) blijkt dat Tiglia in dat jaar een lijn vanuit de groeve Wambach aansloot op de bestaande lijn naar de Snelle Sprong/Hondsdijk.

Henri van Basten Batenburg deed zijn aandelen Tiglia in 1914 over aan zijn broer Willem. Na de dood van Henri in 1915 beheerden twee van zijn zoons de Holtmühle. Zij hadden dus geen aandelen van Tiglia, maar ontvingen voor de op hun landgoed gedolven klei een bedrag per kuub. Tiglia had contractueel het recht een “tramlijn” op het landgoed te exploiteren en betaalde daar niet apart voor. De broers Van Basten Batenburgs zagen nu treinen uit Wambach over hun landgoed denderen, waarvoor niets betaald werd. Dat gaf aanleiding tot wrijving. In 1932 constateerden de broers dat er ten onrechte dekzand vanuit Wambach over hun landgoed werd vervoerd, terwijl in het contract alleen gesproken werd over vlei (minderwaardige klei). In 1938 zegden de van Basten Batenburgs het “gele klei contract” met Tiglia op. Daarna vond er waarschijnlijk nog tot 1951 railvervoer plaats, maar dan tegen betaling. Tegenwoordig is de tunnel Hondsdiek een rijksmonument (foto: 12 juni 2004).

SnelleSprong2

In 1950 verzochten Tiglia en buurman Laumans om een nieuwe tramlijn van hun fabrieken naar Wambach aan te mogen leggen. Als reden gaven zij op de hoge bedragen die zij moesten betalen om over het landgoed van de Van Basten Batenburgs via de Snelle Sprong naar de groeve Wambach te mogen rijden. Die groeve was eigendom van Tiglia; Laumans reed vandaar nog verder naar de groeve “Twee heuvels” alias “Op de Heide” (zie kaart)

De nieuwe lijn kwam al in 1951 in gebruik. Waarschijnlijk heeft er sindsdien geen trein meer door de tunnel Hondsdiek gereden. De nieuwe lijn was korter (voor Laumans circa 2800  in plaats van 3300 m en voor Tiglia 1700 i.p.v. 2300 m) en kruiste via een door Laumans en Tiglia betaalde tunnel de Heideweg. Zie nummer 5 op de kaart. Van deze tunnel is nu niets meer terug te vinden. Op de kaart lijkt het alsof Laumans en Tiglia elk hun eigen lijn door de tunnel hadden. Dat was niet het geval. Er lag dubbelspoor en wel een zwaar spoor voor beladen treinen (van beide fabrieken) en een licht spoor voor lege treinen. Gezien vanaf de fabrieken lag de tunnel aan het einde van een 200 m lange helling van maar liefst 4%.

 

Op 27 december 1961 berichtte Russel-Tiglia aan de gemeente Tegelen dat per 31 december 1961 alle tramlijnen en wegkruisingen zouden zijn opgeruimd. Dat betrof dus alle smalspoorlijnen van Russel én Tiglia. Het is mogelijk dat sommige daarvan al eerder zijn opgeheven.

 

Na de afschaffing van het smalspoor werd in de groeve Wambach met een dragline (zie foto hiernaast) en vrachtwagens gewerkt. De kasteelboerderij Wambach op de achtergrond moest in 1962 wijken voor een uitbreiding van de groeve. De foto dateert dus van voor 1962 en het smalspoor is hier derhalve al voor 1962 verdwenen.

 

Bron foto: museum Keramiekcentrum Tiendschuur in Tegelen.

 

 

 

Wambach

Tiglia kocht in 1919 de eerste loc. Verder zijn de volgende locs bekend:

*          Deutz 6743 (1925), type ML132FR, 600 mm             

*          Deutz 7259 (1927), type MLH232 F, 600 mm  

   

*          Deutz OME (zonder cabine)

Geleverd via Ducrobra (bron: Deutz archief)

Komt voor in Deutz archief. Volgens foto in 1952 nog aanwezig.

De loc verliet het fabriekterrein niet. Haar taak was namelijk het transporteren van klei van de malerij naar de rijpingskelder van de blauwe pannenfabriek. (bron: Hay van Rhee).

Opmerkingen: in de tijd van aanschaf van de twee eerstgenoemde locs werd de lijn naar De Snelle Sprong en de Hondsdiek doorgetrokken naar Wambach. Een taxatie-rapport uit 1937 noemt – voor Tiglia alleen - drie Deutz locomotieven met een gezamenlijke waarde van ƒ 17.000. De eerste loc uit 1919 zou dus ook een Deutz kunnen zijn geweest.

Tiglia berichtte op 3 december 1929 aan de NV Motorenfabriek Deutz in Rotterdam (zie referenties):

Naar aanleiding van Uw schrijven sturen wij U ingesloten de gegevens onzer beide ruwolie-locomotieven, verstrekt door onzen

Chef-Machinist:

Ø  Jaar 1925        no. 126020      Model MLH 132
Trekvermogen 18/20 pk.
Trekvermogen geheel belast:
In een helling 5 op 200 m met 9 wagens inhoudend per wagen ¾ m3 of een gezamenlijk gewicht van 22.500 kg op de eerste versnelling 4 km/u, op de tweede versnelling 10 km/u. Op gewoon vlakken grond of iets steigende helling bijv. 1 op 100 hetzelfde aantal wagens en hetzelfde gewicht.
Onderhoudskosten per jaar ±  Fl 280, smeerolie inbegrepen.
Bij goede behandeling en oplettendheid is deze locomotief beslist betrouwbaar.
Verbruik ruwolie per uur: 2 Liter in vol bedrijf.
Smeerolie per dag 2 Liter; versnellingsolie 3 Liter per week.

Ø  Jaar 1927        no. 144372      Model MLH 232
Trekvermogen 20/22 pk. 
Trekvermogen geheel belast:
In een helling 5 op 200 m met 8 wagens inhoudend per wagen ¾ m3 of een gezamenlijk gewicht van 20.000 kg op de eerste versnelling 5 km/u, op de tweede versnelling 10 km/u; de motor is dan belast met 9 wagens, gewicht totaal 25.000 kg. Op gewoon vlakken grond of iets steigende helling bijv. 1 op 100 hetzelfde aantal wagens en hetzelfde gewicht.
Onderhoudskosten per jaar ± Fl 280, smeerolie inbegrepen.
Bij goede behandeling en oplettendheid is deze locomotief beslist betrouwbaar en staat altijd onmiddellijk voor het bedrijf gereed.
Verbruik ruwolie per uur: 2 Liter in vol bedrijf.
Smeerolie per dag (8 uur) 2 Liter; versnellingsolie 3 Liter per week.

Wij zijn dan ook tevreden over beide ruwolie-locomotieven en kunnen deze gerust bij een ieder aanbevelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een taxatierapport uit 1956 noemt voor Russel-Tiglia (voor beide fabrieken samen):

*  1 locomotief ter waarde van ƒ 10.000

*  6 locomotieven ter waarde van ƒ 25.000 elk

*  130 kipkarren à ƒ 650 per stuk

*  9000 m smalspoor à ƒ 20 per meter

ƒ   10.000

ƒ 150.000

ƒ   84.500

ƒ 180.000

*  1 kleibagger

*  1 excavateur

*  1 baggermachine

*  1 Mulder bagger

*  1 dragline

ƒ 12.000

ƒ 12.000

ƒ 30.000

ƒ 25.000

ƒ 65.000

Opvallend is de grote hoeveelheid rails. Volgens de kaart was de afstand van Tiglia tot de groeve Wambach circa 1700 m, van Russel tot de groeve Egypte 1200 m en had de onderlinge verbinding van beide lijnen een lengte van 500 m, samen circa 3400 m. Daarbij kwamen nog honderden meters op de fabrieksterreinen en in de groeves, maar 9 kilometer blijft veel.

De loc van ƒ 10.000 zal een Deutz uit 1925 of 1927 van Tiglia of Russel zijn geweest. De zes locs met een waarde van ƒ 25.000 per stuk zullen veel jonger zijn geweest, want die ƒ 25.000 lag dicht bij de nieuwprijs. Hierbij kunnen de al bij Russel genoemde Deutz OMZ 117 en Rustons zijn geweest. Er zijn wel lijsten van aan importeur Spoorijzer geleverde Rustons en Deutzen, maar die vermelden voor alle Rustons en veel Deutzen niet bij welke klanten de locs terecht zijn gekomen.

Eén van de Rustons werd later van de cabine ontdaan en nam de rol van de Deutz OME over voor het vervoer van klei van de malerij naar de rijpingskelder van de blauwe pannenfabriek. Met cabine was de loc namelijk te hoog voor de poorten van de rijpingskelder.

Laumans

 

De fabriek van de Gebroeders Laumans werd in 1935 verplaatst van de Industriestraat naar de Steenweg en is daar nog steeds gevestigd, al veranderde na overnames de naam eerst in Lafarge en in 2008 in Monier. Gebr. Laumans nam (als eerste in Nederland) in 1947-1948 een tunneloven in gebruik.

Laumans

De klei lag diep en dus moest het grondwater worden weg gepompt. Deze foto van museum de Tiendschuur in Tegelen illustreert dat het delven van de klei een zompige toestand was.

 

Bekend is dat het een groeve van Laumans betreft. Het jaar van de opname is onbekend. Wel ziet men rechts het breedspoor voor (waarschijnlijk) de zandexcavateur. Het gaat daarom waarschijnlijk om de in 1938 geopende groeve “Twee Heuvels” alias “Op de Heide”. Kennelijk is de grote kleiexcavateur (die de klei naar de begane grond brengt) nog niet aanwezig, want er ligt smalspoor op de bodem van de groeve.

Zoals al bij Tiglia aan de orde kwam, liepen de smalspoorlijnen van de buren Tiglia en Gebr. Laumans het eerste stuk (gezien vanaf de fabrieken) samen. Aanvankelijk voerde dat gemeenschappelijk stuk langs de Hondsdiek (4 op de kaart), gelegen op het landgoed van kasteel de Holtmühle. Vanwege de vergoeding die aan de kasteelheren (de gebroeders van Basten Batenburg) betaald moest worden, werd in 1951 een nieuw tracé in gebruik genomen, via een door Laumans en Tiglia betaalde tunnel onder de Heideweg (nummer 5 op de kaart). Er lag dubbelspoor en wel een zwaar spoor voor beladen treinen (van beide fabrieken) en een licht spoor voor lege treinen. De helling was maar liefst 4%. Op de steile helling achter de huizen van de Nachtegaalstraat en de Calvaristraat (vlakbij Laumans) werd altijd naar boven gereden met de cabine van de loc voor. Volgens een ooggetuige reed alleen bij de lichtste locs een remmer mee. Bij een trein van vier wagens stond de remmer op de achterste wagen. Bij vijf wagens werd de middelste beremd. Remmen werd aan het gevoel van de remmer overgelaten; de machinist gaf geen teken.

 

Nadat Tiglia het railvervoer in of voor 1961 gestaakt had, kreeg Laumans het rijk alleen op de gemeenschappelijke lijn. Bovendien was Laumans van 1965 tot 1985 het enige bedrijf in Tegelen dat er nog smalspoor op na hield. Uit het gemeentearchief van Tegelen (nu in Venlo) blijkt het volgende. Op 1 december 1967 berichtte de gemeente Tegelen aan Laumans dat “de spoorlijn te zijner tijd niet kan worden gehandhaafd” in verband met de aanleg van een stamriool en de aanleg van een nieuwe provinciale weg. Deze “Kernenverbindingsweg”  of “Streekweg” zou Beesel, Belfeld en Tegelen oostelijk om de dorpskernen heen met elkaar gaan verbinden. Tegenwoordig volgt de A73 dit tracé. Al op 5 december 1967 berichtte Laumans zeer teleurgesteld te zijn. Er volgden verschillende besprekingen tussen Laumans, de gemeente en Provinciale. Waterstaat. De in Tegelen toch rijkelijk toegepaste mogelijkheid van een tunnel of viaduct werd daarbij nooit genoemd. Wel werden interessante cijfers verstrekt (het commentaar staat tussen haakjes):

Voor de omvang van het vervoer werd zowel 140–150 ton klei per dag als 30.000 ton klei per jaar opgegeven. (Kennelijk werd er circa 200 dagen per jaar gereden). Per dag reden er twaalf treinen naar de fabriek in Tegelen en omgekeerd. (Per trein werd dan circa 12 ton vervoerd. Bij een soortelijk gewicht van 1,8 ton per kuub is dat 6,7 kuub. Bij gebruik van ¾ kuub wagens betekent dat circa negen wagens per trein). Bij het vervoer per tram waren twee personen betrokken (Er werden met twee locs elk zes ritten per dag naar Tegelen gemaakt. Hierbij kwam nog het vervoer naar Kaldenkirchen).

kleitram Tegelen 1968 Deutz no 33424 bewerkt

In 1968 was er nog geen vuiltje aan de lucht en was er druk vervoer. Op de voorgrond staat Deutz 33424 (de huidige ISM 50) uit 1940 bij de groeve van Laumans in Tegelen (de groeve is nog net door het prikkeldraad te zien). Deze loc was kennelijk bij de excavateur actief en heeft de volle kipkarren klaar gezet voor één van de twee treinlocs, een in de verte zichtbare Ruston & Hornsby.

 

De buffers van deze Deutz loc zijn anders dan die van haar als monument opgestelde zuster.

 

(Foto verzameling Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal)

De kosten van het vervoer per tramlijn bedroegen ƒ 0,90 per ton. Per vrachtauto zou dit ƒ 2,50 worden. Maar de wegen in de hei waren niet geschikt voor vrachtauto’s. Daarom zou de klei in de hei per tram vervoerd moeten worden en dan verder per vrachtwagen naar de fabriek. Op 7 juli 1969 voerde Laumans bij de gemeente aan dat de tramlijn ook nodig was voor het -toen kennelijk nog steeds bestaande-  vervoer naar Duitsland. Opheffing van de lijn naar Tegelen zou het smalspoor naar Kaldenkirchen minder economisch maken. Laumans zou dan bij de groeve een loods voor de locomotieven moeten bouwen (kennelijk was er geen loods in Kaldenkirchen).

De gemeente zegde toe de wegen op kosten van de provincie zodanig te verharden dat transport per vrachtwagen mogelijk zou worden. Laumans wilde echter niet met vrachtwagens langs de 17 meter hoge wand rijden. Daarom moest er een “ramp” voor het overladen komen. De gemeente dacht nu alles geregeld te hebben en trok per 1 maart  1970 de vergunning van Laumans voor het hebben van een smalspoorlijn op gemeentegronden in, met een opzegtermijn van drie maanden. Pas op 15 juli 1970 kwam er een reactie, waarin Laumans (terecht) klaagde dat er niet was gesproken over een schadevergoeding. Op 9 september 1970 voerde de gemeente daarom een gesprek met deskundigen. De aan Laumans te vergoeden kosten betroffen vooral een “ramp”, een locloods en een spoor daarheen ter waarde van ƒ 25.000. De provincie weigerde aanvankelijk dit bedrag aan de gemeente te vergoeden. Het was immers niet in de begroting voor de provinciale Streekweg opgenomen, omdat de gemeente verzuimd had tijdig met Laumans over een schadevergoeding te onderhandelen. Pas in 1974 ging de provincie alsnog akkoord.

Ondertussen schreef de gemeente op 30 september 1970 aan Laumans dat de voorzieningen aan de wegen getroffen waren en dat Laumans derhalve op vervoer per vrachtauto kon overschakelen. De gemeente vertrouwde er daarom op dat de tramlijn spoedig verwijderd zou zijn. De gemeente kocht ook grond van Laumans. De taxateur schreef op 11 september 1972 aan de gemeente dat hij die grond ten onrechte met smalspoor had getaxeerd, terwijl het smalspoor toen al verwijderd was. Derhalve is het smalspoor tussen de groeve en de fabriek in Tegelen verwijderd  tussen 30 september 1970 en 11 september 1972.

Het smalspoor nabij de groeve bleef dus in gebruik. De klei werd middels een “ramp” van de kipwagens in vrachtwagens overgeslagen. Daarnaast was de lijn naar de fabriek van Laumans in het Duitse Kaldenkirchen nog in gebruik. Zoals gepland werd nabij de groeve een locloods met werkplaats gebouwd omdat de locs immers de fabriek in Tegelen niet meer konden bereiken.

In 1985 werd het smalspoor “tijdelijk” stil gelegd. De vijf locs (drie Deutzen en twee R&H’s) bleven in de loods staan en gingen in 1990 naar Industrieel Smalspoor Museum Erica. De ISM 51 keerde in 1995 terug naar Tegelen en werd met twee kipwagens als monument opgesteld bij Keramiekcentrum De Tiendschuur. 

Er was bij Laumans mechanische tractie vanaf 1923 tot 1971.

Er zijn de volgende locs bekend:

Bron:

*    O&K (1924) benzineloc (type onbekend)
De volgende locs hadden dieselmotoren:

 

*    Deutz 21205 (1938), type OMZ117, 600 mm

      In 1989 naar Industrieel Smalspoor Museum, Erica, nr. 51

      In 1995 naar museum de Tiendschuur in Tegelen (foto).

*    Deutz 21206 (1938), type OMZ117, 600 mm

      In 1989 naar Industrieel Smalspoor Museum, Erica, nr. 52

*    Deutz 33424 (1940), type OMZ117, 600 mm

      Tweedehands uit Duitsland gekomen (foto).

      In 1989 naar Industrieel Smalspoor Museum, Erica, nr. 50

*    Ruston & Hornsby 243399 (1946) type 30DL, 2,75 ton,  600 mm

      In 1989 naar Industrieel Smalspoor Museum, Erica, nr. 54

*    Ruston & Hornsby 283527 (1950) type 30DL, 3,25 ton, 600 mm

      In 1989 naar Industrieel Smalspoor Museum, Erica, nr. 53

O&K referentie t.b.v.Gasfabriek Keilehaven, R’dam: Op 1 juli 1926 was de loc 2 jaar in gebruik. Een O&K referentielijst uit 1950 vermeldt geen loc in Tegelen.

Henk  Sluijters

 

Henk  Sluijters; Foto boek “Industrieel Erfgoed in Limburg”

 

Foto in het boek “Industrieel Erfgoed in Limburg”;

Henk Sluijters

 

Henk Sluijters

 

In het Polderspoor 2005-2 noemt Hay van Rhee een Diema die dienst deed op de lijn van de groeve Twee Heuvels naar de fabriek. Ook een andere ooggetuige noemt een zware Diema. De Diema leverlijst biedt geen aanknopingspunten behalve de volgende dieselloc voor Laumans in Kaldenkirchen:

 

*   Diema 1208 (1947)       type DS40            B-dm                   600 mm      

 

Gezien het bovengenoemde feit dat Laumans in Kaldenkirchen geen locloods had, zal dit wel de bedoelde Diema zijn.

De eerste twee zware Deutz locs moeten zijn gekocht ter gelegenheid van de opening van de nieuwe groeve Op de Heide; de tweede Ruston bij de opening van de nieuwe lijn via de tunnel onder de Heideweg. Zowel de Deutzen als de Rustons werden gekocht via importeur Spoorijzer.

Kurstjens

In 1919 werd de fabriek van Jos Kurstjens verplaatst naar de overgenomen fabrieken van Simons aan de Nassaustraat. In 1920 kwam daar de eerste ringoven en in 1927 de tweede. In 1965 werd de dakpannenfabriek geautomatiseerd, waarbij een tunneloven de twee ringovens verving.

JosKurstjensMuurtekst

JosKurstjensBord

De fabriek bestaat nog steeds (foto’s 20 maart 2009) en heeft vele namen gehad: Jos Kustjens, JeKa (de afkorting van Jos Kurstjens), Koramic, Wienerberger en Janssen Dings.

Jos Kurstjens had van 1923 tot 1965 smalspoor; er was vanaf het begin motortractie. De lijn van Jos Kurstjens (okerbruin op de kaart) liep langs de Nassaustraat en de Weg naar Egypte en vervolgens door het Wandelbos naar de groeve de Onderste Molen in de gemeente Venlo. In een brief van 28 april 1965 stelde Jos Kurstjens dat het vervoer in maart 1965 is beëindigd en dat het in gemeentegrond aanwezige smalspoor zeer binnenkort uitgebroken zal worden. De groeve de Bovenste Molen (in de gemeente Venlo) is thans een natuurgebied.

groeve Kurstjens

De grote excavateur op de foto graaft de deklaag van zand af. Links naast het breedspoor van deze zandexcavateur ligt smalspoor met daarop circa 30 kipwagens. Aan de kop van die rij (bovenin de foto, helaas slecht te zien) staat een kleine klei-excavateur. Het smalspoor kwam hier dus in de groeve. Dat verschilt met de situatie bij bijvoorbeeld Laumans, waarbij een veel grotere klei-excavateur de klei naar de begane grond bracht.

Foto: De Tiendschuur, Tegelen

 

 

 

Er zijn de volgende locs van Jos Kurstjens bekend:

bron:

*          O&K 2058 (circa 1923)

foto-album van dhr. van Rhee

            volgens Polderspoor 1-2007 stonden er in de jaren 1950 twee van die locs buiten dienst.

*          Deutz   8547 (1929) type 15/17MLH228FR, 600 mm dieselloc

*          Deutz 11546 (1933) type MLH332F, 6.2 ton, 600 mm dieselloc

*          Deutz  …..     (193.) type OMZ dieselloc

*          Ruston & Hornsby 30DL dieselloc

*          Ruston & Hornsby 30DL dieselloc

*          Ruston & Hornsby 40DL dieselloc

Deutz archief

Deutz archief

foto-album van dhr. van Rhee

foto-album van dhr. van Rhee

foto-album van dhr. van Rhee

foto-album van dhr. van Rhee

De zwaarste Ruston van 40 pk was speciaal bedoeld om met een beladen trein de groeve uit te rijden. Bij Kurstjens werden de treinen immers op de bodem van de groeve beladen. Eén van de Rustons van het type 30DL reed op het fabrieksterrein voortdurend heen en weer tussen de kleistort en de malerij.

Het gemotoriseerde railvervoer bij Kurstjens werd in 1923 begonnen en is in 1965 gestaakt.

Kaldenkirchen

Om Duitse invoerbeperkingen te omzeilen, stichtten vele Tegelse fabrikanten fabrieken net over de grens, in Kaldenkirchen. Dit begon met de gebroeders Teeuwen in 1885. Een eeuw later sloot dit bedrijf als laatste keramische fabriek in Kaldenkirchen.

Alles kwam in het begin uit Nederland: het kapitaal, de arbeiders en de klei. In Kaldenkirchen kwam namelijk geen geschikte klei voor. Er werden geen in- en uitvoerrechten op klei geheven.

De fabriek van de gebroeders Teeuwen in Kaldenkirchen ging in 1889 naar Laumans over, waarna de gebroeders Teeuwen ernaast een nieuwe fabriek bouwden. L. de Rijk vestigde in 1891 in de buurtschap Heidenend (D) een fabriek. Er waren nog meer Nederlandse fabrieken in en nabij Kaldenkirchen, maar die vallen buiten dit kader. In 1900 openden de gebroeders Teeuwen een smalspoorlijn tussen de fabriek in Tegelen, de kleigroeve in het Trappistenveld en de fabriek over de grens in Kaldenkirchen (zie de paarse lijn op de kaart). Hiermee was een bedrag gemoeid van ƒ 4500. Bij het grenskantoor Tegelen-Heideneind sloot hier een lijn van Laumans op aan. De afstand van hier tot de beide fabrieken in Kaldenkirchen bedroeg 1152 meter; de aanleg van dit Duitse stuk kostte ƒ 2.216,91.Teeuwen en Laumans betaalden elk de helft. Caspar de Rijk (burgermeester van Tegelen en inmiddels eigenaar van de fabriek in Heidenend) trof op 19 augustus 1901 een overeenkomst over het medegebruik van deze lijn met Teeuwen en Laumans. Charles de Rijk betaalde aan Teeuwen en Laumans ineens 882,27 Reichsmark en de onderhoudskosten kwamen voor gezamenlijke rekening. Het onderhoud werd om beurten uitgevoerd. De kosten beliepen in 1905/6 toen “Laumans mensen aan den tram gewerkt hebben” aan arbeidsloon ƒ 23,10 (voor 237 uur !) en aan materiaalkosten ƒ 77,52. In die tijd was er uitsluitend paardentractie.

In 1958 berichtte de gemeente Tegelen aan Teeuwen dat in verband met de bouw van het Nederlands-Duitse douanekantoor het voetpad met kleispoor zou worden afgesloten en dat een andere route werd geadviseerd. Teeuwen kreeg een schadevergoeding en legde een lijn aan die ten noorden van de Kaldenkerkerweg de grens overschreed.

In Duitse literatuur is over dit smalspoor bij Kaldenkirchen heel weinig te vinden.

Bronnen

- J.Th.A. Bartels en Jacq. Thissen;  Tegelen in oude ansichten waarin opgenomen afbeeldingen van Steyl;

  Zaltbommel, Europese Bibliotheek, 1976.

- Ina Germes-Dohmen; Pujacken im Panneschopp; http://www.bv-

  kaldenkirchen.de/news/2006/industrie/ton/ton.htm#_Auszüge_des_Vortrags_vom_18.3.2006.

- G.C.P. Linssen; Honderd jaar industrie in Noord-Limburg; Goltziusmuseum, Venlo, 1979.

- Harry Maas; Venlo-Tegelen-Steyl; Op de Rails september 1957, p. 104 -110.

- Martin A. Michiels; Tegelen in oude ansichten; Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1997.

- J. C. J. M. Starmans en M. M. R. Daru-Schoemann; Industrieel erfgoed in Limburg : verslag van een onderzoek naar onroerende

  en roerende industrieel-archeologische relicten; Eisma, 1990.

- P.J.M. Teeuwen; De kleidelving en het kleitransport van de Tegelse pannen- en siersteenbakkers in de decennia rond 1900;

  Industrieel Erfgoed nr. 32 (1989) 141.

- P.J.M. Teeuwen; Uit aarde geschapen: aspecten van bedrijfsbeleid in de keramische nijverheid binnen het oude industriegebied

   van Noord-Limburg 1815-1965; proefschrift, 1991.

- Hay van Rhee; mondelinge informatie en artikelen in Polderspoor van de GSS.

- Gemeentearchief Venlo.

- Museum Keramiekcentrum Tiendschuur in Tegelen.

- Sociaal Historisch Centrum Limburg, Maastricht: o.a. archieven van Russel, Tiglia en Tegula; De N.V. Tiglia stoomfabriek van

   kleiwaren te Tegelen, 1901-1935, doctoraalscriptie van P.J.M. Dautzenberg, 1990.

- Informatie van dhr. Rutger van Basten Batenburg; zie ook http://www.vanbatenborgh.nl/collecties/verbonden_collecties

Terug naar aanvullingen op het boek”Smalspoor in bedrijf”