|
► Nieuw ◄ |
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
Aanvullingen |
||||||||||||||
|
Westkapelse Zeedijk |
||||||||||||||
|
Inleiding In 1946 werd op grote schaal 90 cm smalspoor met stoomtractie gebruikt bij een geslaagde poging om de Westkapelse Zeedijk te redden. |
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
Ligging De smalspoorlijn is op
bijgaande kaart [1] aangegeven als een
vette streeplijn. De lijn liep van de Westkapelse dijk naar een werkhaven
voorbij Vrouwenpolder → Achtergrond Na de verovering van Zeeuws Vlaanderen en Antwerpen wilden de geallieerden snel de kustbatterijen op Walcheren in bezit krijgen om de vrije vaart naar Antwerpen zeker te stellen. Daartoe werd Walcheren onder water gezet door de dijken van het eiland op vier plaatsen te bombarderen: de Westkapelse Zeedijk op 3 oktober (en later nog eens), de Nolledijk en de dijk bij Rammekens op 7 oktober en de zeewering bij Veere op 11 oktober 1944. De geallieerde troepen landden op 1 november 1944; de Duitsers gaven zich al een week later over. |
|
|||||||||||||
|
Bij het dichten van de dijkgaten (zie het kaartje ↑ ) werd onder andere gebruik gemaakt van caissons zoals die door de geallieerden in Normandië waren gebruikt. Eind 1945 was het grootste deel van Walcheren weer droog. De Westkapelse Zeedijk (ten noorden van het dijkgat) ter lengte van meer dan 3 kilometer was echter zwaar beschadigd door vliegtuigbommen en scheepsgeschut en omdat er gedurende de oorlog en de eerste tijd daarna geen onderhoud aan gepleegd was. Omdat men vreesde dat de dijk het volgende stormseizoen niet zou overleven, werd het herstel in 1946 met kracht ter hand genomen. Uitvoering Onderstaande foto [2] is aan de zeekant genomen. Bij de linker fotorand ziet men in de verte de “ijzeren” vuurtoren die ook op de detailkaart te zien is (dat is dus een andere dan de bekendere als vuurtoren gebruikte eeuwenoude kerktoren). Een stoomloc heeft zes stalen kipwagens met klei gebracht. Die worden gelost. Een losse stoomloc staat rechts klaar, kennelijk om te voorkomen dat de andere stoomloc de lege wagens terug de helling naar de dijkkruin op moet duwen. Tussen de kipwagens en de tweede stoomloc is een anti-tankversperring van “asperges” (schuin staande spoorstaven) aanwezig. Aan de twee mannen die eronder staan is te zien dat voor de asperges de dijk ter diepte van circa 2 meter is weggeslagen. Het gat wordt vol gestort met klei uit de kipwagens. Als er voldoende klei is aangevoerd zal de spoorbaan worden verwijderd en zullen de grondwerkers en draglines ook daar de dijk op de goede hoogte brengen. Tenslotte zal de kleilaag worden afgedekt met betonplaten, zoals op de voorgrond al gebeurd is ↓ |
||||||||||||||
|
Deze en volgende foto’s passen heel mooi bij het relaas van de door Gerard de Graaf geïnterviewde wijlen Kees Heijkoop [3], die bij de aannemer den Breejen van den Bout als machinist op stoomlocs werkte. Om van de dijkkruin veilig de gaten in te kunnen rijden werden de locremmen elke zaterdag afgesteld (de wagens werden immers niet geremd) en liep de stoker bij nat weer voorop om zand te strooien (hoewel de locs op bijgaande foto’s alle een zanddom hebben). Kees Heijkoop waardeerde de Hanomag stoomlocs omdat die de dom vlak bij het machinistenhuis hadden (zie de “Luik” verderop op deze webpagina). Daardoor bleef de stoom droog als een Hanomag met de schoorsteen voor een helling af reed. Wegens grote tekorten aan basalt, steenzetters, etcetera
werd besloten ter afdekking van de kleilaag betonblokken en asfalt te
gebruiken. Grote betonplaten van 3 x 3 x 0,5 m en met een gewicht van 10 ton werden ter
plekke gestort. Er waren twee elektrische betonmolens van 1500 liter [1],
die te zien zijn op onderstaande foto [2],
die vanaf de landzijde van de Westkapelse Zeedijk is genomen. Het beton wordt
met wegvoertuigen naar de zeekant gebracht. De licht gekleurde onderlossers
hebben kennelijk net cement of grind uit de werkhaven bij Vrouwenpolder
aangevoerd. Links staat nog zo’n onderlosser, maar met een donkere kleur. Op
een lager niveau (naast de vrachtwagen) ligt nog een spoor ↓ |
||||||||||||||
|
↑ Op de stoomloc staat “Zwolle” en RW 43. RWS was (en is) de gebruikelijke afkorting van Rijkswaterstaat. De locs waren al op Walcheren tijdens de Duitse bunkerbouw en RW zou ook uit die tijd kunnen dateren. De loc is Henschel 17327 (1919), die van 1923 als vervoerbare ketel 87 eigendom was van de aannemer den Breejen van den Bout te Berg en Dal bij Nijmegen. De acte van het Stoomwezen werd in 1955 ingetrokken (zie dit boek). Omdat er aan de onderkant van de dijk onvoldoende tijd was om de blokken te storten en uit te laten harden voordat ze onder water kwamen, werden daar betonplaten uit fabrieken gebruikt. Om ze te kunnen transporteren waren ze kleiner, namelijk 1 x 1 x 0,5 m. Ze wogen een ton [1] en werden met asfalt bespoten [2]. Op onderstaande foto [2] worden zulke blokken van een trein met een kraantje overgeslagen naar een vrachtwagen die ze naar de andere kant van de dijk zal brengen. Tegen de loc staan één of twee (door de vrachtwagen aan het zicht onttrokken) grote wagens; verder op hetzelfde spoor staan plateauwagens met blokken. De hierboven genoemde betonmolens zijn bij de linkerrand van onderstaande foto’s te zien. De trein met betonblokken staat op het eerder genoemde lage spoor. Op het hoge spoor ernaast staan een aantal licht gekleurde onderlossers; bij de betonmolens staat ook een rij onderlossers, met een stoomloc ervoor. Dat lijkt de Henschel van de vorige foto ↓ |
||||||||||||||
|
I |
↑ Op de stoomloc staat “Luik” en RW 39. Het is Hanomag 9422/1928, die vanaf 1929 met vervoerbare ketelnummer 131 als “negentigduimer” in dienst was van (weer) den Breejen van den Bout te Berg en Dal bij Nijmegen (later in Aerdenhout). Deze aannemer bezat overigens ook zeventigduimers. Het beeldmerk was een witte ruit op de schoorsteen → Overigens ontbreekt dit witte puntbord bij de “Zwolle”. De acte van het Stoomwezen werd in 1954 ingetrokken (zie dit boek). |
|
||||||||||||
|
Wagens De taken van het smalspoor waren dus de aanvoer van: 1.
klei 2. cement en grind uit de werkhaven nabij Vrouwenpolder. 3. betonblokken, ook uit de werkhaven nabij Vrouwenpolder. 4. zand (voor het beton). Dat lag in de duinen bij Domburg voor het opscheppen. De onderlossers (waarmee waarschijnlijk cement en/of grind vervoerd werd) kwamen al bij de foto’s van de “Luik” en “Zwolle” ter sprake. Verder waren er stalen kipwagens: |
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
↑ Aan de landkant van
de dijk een trein met zes kipwagens , die maar aan één kant kunnen kippen [2]. Op deze foto is te zien dat terwijl
de bak kantelt, de desbetreffende zijwand omhoog gaat. Kees Heijkoop [3]
spreekt van “Krupp-karren, net wiegen op wielen”. De pal moest zorgvuldig op
de kleppen gezet worden, anders kiepte zo’n wagen onderweg leeg. |
↑ Op precies dezelfde
plaats passeert een trein met betonblokken [2]. Ook deze betonblokken lijken in
kipwagens vervoerd te worden, maar dan van een ander type. De plateauwagens
op de foto hieronder lijken geschikter. Kees Heijkoop [3]
noemt ook nog houten wagens. Daar
zijn geen foto’s van gevonden. Rechts van de dragline ligt de Zeeweg van
Westkapelle naar Domburg |
|||||||||||||
|
↑ Op deze foto [2] duwt een Hanomag negen plateauwagens met elk zes betonblokken
van een ton, waarschijnlijk langs de Zeeweg tussen Domburg en Westkapelle
(rechts van het spoor). Er liggen hier twee sporen, dus de bouwsels links
betreffen een telefoonpost [3]. De telefonist bediende ook de wissels. Er waren dus minstens vijf
soorten wagens: zelflossers, twee modellen stalen kipwagens, houten kipwagens
en plateauwagens. Het is (nog) niet bekend waar dit materieel vandaan kwam;
zie echter opmerking b). |
||||||||||||||
|
Stoomlocs Er waren in elk geval de
volgende locs: |
||||||||||||||
|
- |
Hanomags van den
Breejen van den Bout Hierboven staat een foto
van de “Luik”. De achtergrond van
de Belgische namen van de Hanomags wordt in [3] uit
de doeken gedaan. Uit dit relaas blijkt ook dat er meer Hanomags van
den Breejen van den Bout in Walcheren actief waren. Zie ook opmerking c) hieronder. |
|||||||||||||
|
- |
Henschels van den
Breejen van den Bout Hierboven staat een foto
van de “Zwolle”. Verder noemt
Kees Heijkoop [3] met name de “Amsterdam”. Die stookte zwaar omdat
ooit met de bak van een dragline een stuk uit
de schoorsteen gestoten was. Daarna was er door de werkplaats van de
aannemer een nieuwe schoorsteen op de bestaande voet gezet (zoiets gebeurde
veel vaker; de vorm van de schoorsteen beïnvloedt de trek op het vuur). |
|||||||||||||
|
- |
Locs van Dirk Blankevoort Deze locs waren in slechte
staat en werden alleen gebruikt om bij de werkhaven nabij Vrouwenpolder te
rangeren [3]. |
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
Motorloc(s) Op deze foto [2] is een
Orenstein & Koppel van het type MD2
is in de weer met geasfalteerde betonblokken → Bij enkele foto’s in [2] staat dat ze in Vrouwenpolder zijn
gemaakt; bij bijna alle foto’s – ook bij deze - staat dat ze in Westkapelle
gemaakt zijn. Dat is in elk geval aantoonbaar onjuist bij één foto (van een
ketelwagen van de Bataafse Petroleum Maatschappij met vloeibaar asfalt op
normaalspoor). Ook de foto hiernaast lijkt niet bij Westkapelle gemaakt te
zijn. Op de achtergrond zijn namelijk scheepsmasten en een
fabrieksschoorsteen te zien. De spoorwijdte is wel 90 cm, zoals uit vergelijk
met de betonblokken blijkt. Waarschijnlijk gaat het dus om de werkhaven bij
Vrouwenpolder. |
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
Spoor Op de foto’s
van de kipwagens staat de fotograaf met de rug naar
Westkapelle gekeerd. Beide beladen treinen zullen in de richting Westkapelle
rijden. Ze worden dus geduwd. Dat klopt geheel met het relaas van Kees Heijkoop [3], die zei dat er een sporendriehoek was bij “Flensburg”. Dat was een
voormalig Duits “Stützpunkt” in de duinen bij Oostkapelle. De scherpe bogen
in de driehoek werden gesmeerd met cilinderolie. Hoewel Flensburg nog
kilometers van Westkapelle lag, werden de volle treinen vanaf daar geduwd
gereden. Dat zal gedaan zijn omdat er bij de eindpunten geen
omloopmogelijkheden waren. Zie ook de detailkaart hieronder [1]
waarin de sporen met streeplijnen zijn aangegeven (bij DijkPaal 25 lijkt
echter wel gelegenheid tot omlopen). Er zijn diverse doodlopende sporen; de
ligging zal tijdens de werkzaamheden niet steeds hetzelfde zijn gebleven ↓ |
||||||||||||||
|
Volgens Kees Heijkoop [3] was de lijn 32 kilometer lang; volgens bovenstaande kaart circa 20 kilometer. Waarschijnlijk bedoelde Kees Heijkoop de totale spoorlengte, inclusief de zijsporen, de driehoek, het spoor naar de kleiput en dergelijke. De lijn was enkelsporig. Bij de wisselplaatsen stonden bemande telefoonhuisjes. Dat waren er minstens drie, namelijk die op bovenstaande foto, in de sporendriehoek en bij de werkplaats in Domburg. Er werd ook ’s nachts gereden. Waarom werden cement, grind en betonblokken over zo’n grote afstand per smalspoor vervoerd? Als antwoord een citaat uit [1]: “Voor de aanvoer naar het werk van de grote hoeveelheid materiaal was bij Vrouwenpolder een overslaghaventje gebaggerd en door 90 cm spoor over de droog gebleven hoge gronden in het Noorden van het eiland met de dijk verbonden. Voor de aanleg van dit spoor was gebruik gemaakt van in de nabijheid aanwezige overblijfselen van een Duitse spoorbaan uit de bezettingstijd. De bouw van deze aanvoerweg was noodzakelijk gebleken toen Westkapelle door de inundatie bijna geheel geïsoleerd was (zie de bovenstaande kaart) . De landverbindingen met de havens van Vlissingen, Middelburg en Veere waren toen afgesneden, terwijl de verbinding over zee slechts bij gunstig weer en dan nog alleen door landingsvaartuigen met beperkt laadvermogen kon worden onderhouden”. Het door de Duitsers gebruikte 90 cm spoor was gevorderd van de Amsterdamsche Ballast Maatschappij (ABM). De ABM was echter niet betrokken bij het herstel van de Westkapelse Zeedijk, terwijl daar wel haar spoor voor gebruikt werd. De ABM eiste daarom f 70.000 huur van de Nederlandse Staat. Een huursom lijkt misschien een normale eis, want de ABM kon nu zelf geen geld met het spoor verdienen. Direct na de Tweede Wereldoorlog werd daar echter anders over gedacht. Zowel de ABM als directeur Phons de Vilder stonden als bunkerbouwers terecht wegens collaboratie met de vijand en het stuitte menigeen tegen de borst dat collaborateurs ook nog eens zouden verdienen aan het herstel van de oorlogsschade. Uiteindelijk kwam het niet tot een veroordeling. De ABM ontving huur voor het naoorlogse gebruik op Walcheren en kreeg haar spoor terug [4]. Het ging om spoorlengte van 90 kilometer, maar daar was ook het spoor op Texel bij inbegrepen. |
||||||||||||||
|
Het einde Zoals op de detailkaart te zien is, vond het herstel met beton uitsluitend in 1946 plaats. In 1946 werd lokaal al met asfalt in plaats van beton gewerkt en in 1947/1948 werd uitsluitend asfalt gebruikt. De nog grotendeels aanwezige, maar beschadigde en daardoor niet meer in verband te leggen basaltblokken werden met het asfalt aan elkaar gekit. Behalve het asfalt hoefde daarvoor weinig materiaal van elders te worden aangevoerd. Uit foto’s [2] blijkt: |
||||||||||||||
|
- |
Het asfalt werd vloeibaar per normaalsporige ketelwagen
van de Bataafsche Petroleum Maatschappij in Pernis aangevoerd. Dat zal in
Middelburg of Vlissingen (als meest nabij gelegen stations) gebeurd zijn. Om
die stations vanuit Pernis te kunnen bereiken, moest de Moerdijkbrug hersteld
zijn. Dat gebeurde provisorisch in 1946. |
|||||||||||||
|
- |
Het asfalt arriveerde per vrachtauto in Westkapelle.
Kennelijk waren de wegen in de loop van 1946 weer berijdbaar, na verwijderen
van de modder, vervangen van weggespoelde klinkers en dergelijke. |
|||||||||||||
|
De inzet van smalspoor zal derhalve in 1946 beëindigd zijn. Dat klopt ook met de teruggave van het spoor aan de ABM in 1947 [4]. |
||||||||||||||
|
Opmerkingen |
Volgens [5] werd in de periode 1944-1947 ook spoormaterieel van de Belgische firma Dumon en Van der Vin gehuurd. |
|||||||||||||
|
De nog niet bestudeerde bron [5] bevat mogelijk meer gegevens over het bij het herstel van de Westkapelse Zeedijk ingezette materieel. Uit bovenstaande foto’s blijkt dat Rijkswaterstaat de stoomlocs nummers gaf (hoewel ze gewoon door van den Breejen van den Bout gereden werden). Dat kan met het oog op de huur gedaan zijn en dan zouden gegevens over het gehuurde materieel in het archief terug te vinden kunnen zijn. |
||||||||||||||
|
Deze website bevat een fraaie foto van een Hanomag van den Breejen van den Bout den Breejen van den Bout met de witte puntborden op de schoorsteen tegen de achtergrond van het gemeentehuis en de beschadigde vuurtoren in Domburg. Ook is er een foto van de spoorlijn, genomen uit die vuurtoren. |
||||||||||||||
|
d) |
Kees Heijkoop [3] noemt de Wierdijk als een plaats waar zowel links als rechts gestort werd. De kipwagens op de foto’s kunnen maar aan één kant storten, maar kunnen in de sporendriehoek in de juiste positie zijn gerangeerd. Bovendien waren er ook nog houten kipwagens. De naam “Wierdijk” komt in Noord Holland veel voor, maar het is duister waar in Walcheren de Wierdijk lag. |
|||||||||||||
|
e) |
Het eigenlijke dijkgat werd al in oktober 1945 gedicht met een meer landinwaarts gelegen dijk. Bij de afwerking daarvan werd blijkens foto’s ook smalspoor gebruikt en wel met motortractie, waarschijnlijk op 600 of 700 mm spoor. |
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
Met dank aan: |
Kees Plug, Gerard de Graaf [3] en het Beeldarchief van Rijkswaterstaat. Kees Plug vond alle op deze webpagina gebruikte foto’s in het uitgebreide Beeldarchief van Rijkswaterstaat [2]. |
|||||||||||||
|
Bronnen: |
Ir. A. Wiebes en ir. H.A. Ferguson; “Het herstel van het behouden gedeelte van de Westkapelse dijk”; De Ingenieur 60 (1948) B 71-78. |
|||||||||||||
|
Beeldarchief Rijkswaterstaat: https://beeldbank.rws.nl/ |
||||||||||||||
|
Gerard de Graaf; “Kees Heijkoop, machinist in de wegenbouw”; pp. 140-143 in dit boek. |
||||||||||||||
|
Nationaal Archief, Toegang: 2.08.55 (Hergo), inventarisnummer 164 “Stukken betreffende de teruggave van het aan de Amsterdamsche Ballast Maatschappij te Amsterdam behorende en zich op Walcheren bevindende smalspoor en de vergoeding van de huur voor het gebruik hiervan door de Rijkswaterstaat voor de periode tussen inbeslagname en teruggave”; 1946 nov. 29 - 1947 feb. 15. |
||||||||||||||
|
Zeeuws Archief, inventaris 360.1 Rijkswaterstaat, Dienst Droogmaking Walcheren (DDW), inventarisnummers 196 t/m 197 |
||||||||||||||
|
{ |
het boek over stoomtractie op smalspoor aanvullingen op dit boek |
|||||||||||||
|
Terug/verder naar: |
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||