|
► Nieuw ◄ |
|||||||||
|
|
|||||||||
|
Keerkoppeling |
|||||||||
|
Bij mechanische
transmissie (en bij oudere types hydraulische transmissie) is een
keerkoppeling nodig om van rijrichting te veranderen. De situatie is anders
dan bij een personenauto. Daar is de achteruit als het ware één van de
versnellingen, die met dezelfde versnellingspook wordt bediend. Bij een
locomotief is er een versnellingsbak met daarachter een aparte keerkoppeling,
die met afzonderlijke hendels worden bediend (maar die wel in één huis kunnen
zijn gebouwd). Daarom heeft een locomotief hetzelfde aantal versnellingen
voor- en achteruit. Onderstaande
twee tekeningen laten de keerkoppeling van het Orenstein & Koppel loctype RL1c zien en zijn afkomstig uit een
bestellijst van reservedelen. De in de tekst besproken nummers zijn met rood
omcirkeld. |
|||||||||
|
|
In de bovenste
tekening is 642 een kettingwiel (zowel rechts als links) waarover de
kettingen naar de vooras lopen. Deze kettingwielen zitten op een as 645, die
evenwijdig aan de wielassen loopt. Het rechterdeel
van de onderste tekening toont een deel van de versnellingsbak. De as 16105
staat loodrecht op de wielassen. Op het uiteinde zit een klein conisch (=
kegelvormig) tandwiel 646. Dit grijpt in een groot conisch tandwiel op de al
genoemde as 645. Het in de onderste tekening zichtbare grote conische
tandwiel 632 ligt onder het vlak van tekening; een tweede identiek tandwiel
ligt boven het vlak van tekening maar is niet weergegeven. In de bovenste
tekening zijn beide grote conische tandwielen 632 te zien. Ze zijn constant
in ingrijping met het kleine conisch tandwiel 646 en draaien in tegengestelde
richting. Om dit mogelijk te maken zitten ze los op de as 645. Tussen beide
grote conische tandwielen bevindt zich een mof 631, die op de as 645 te
verschuiven is. Dit verschuiven wordt geregeld met een niet getekende hendel.
Omdat de as ter plekke van de mof een
min of meer vierkante doorsnede heeft, draaien de as en mof altijd met elkaar
mee. In de bovenste tekening staat de mof in de stand vrij. Door de mof naar
links of rechts te bewegen grijpen klauwen van de mof in klauwen van een der
grote conische tandwielen. Hierdoor wordt dat tandwiel op de as vast gezet en
rijdt de loc voor dan wel achteruit. |
||||||||
|
De besproken keerkoppeling heeft drie functies: Ø vertraging (doordat het kleine conische
tandwiel op een groot conische tandwiel ingrijpt); Ø het verzorgen van een haakse
overbrenging; Ø het bieden van de keuze tussen voor en
achteruit. Uiteraard kan
een keerkoppeling ook op andere wijze worden uitgevoerd. |
|||||||||
|
Terug naar de
bespreking van het O&K type RL1c |
|||||||||