Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

► Zoeken ◄

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Nieuw (laatste toevoegingen) en nieuws

 

 

 

23 september 2026

 

De herfst wordt gekenmerkt door diverse speciale dagen. Tijdens de Open Monumentendag 12 september 2026 werd bij het Industrieel Smalspoor Museum bij Erica de geheel in de originele toestand gebrachte monorail officiëel weer in gebruik genomen. De gemeente Emmen gebruikte deze monorail van 1970 tot 1975 voor de rioolwaterzuivering aan de Tweede Bokslootweg. Voor meer bijzonderheden over deze en andere monorails van dit type in Nederland wordt verwezen naar de webpagina over monorails. Het Industrieel Smalspoor Museum bracht de monorail met subsidie van de gemeente Emmen weer terug in de originele toestand van 1970.

 

 

De voorzitter van de Stichting Exploitatie Jan Mink (met de microfoon in de hand) luistert naar de uitleg die Thomas van der Velde (de geestelijke vader van het project) geeft aan Dewy Keen, wethouder van Jeugd, Onderwijs, WMO en Cultuur van de Gemeente Emmen. Thomas van der Velde slingerde de motor aan, waarna de wethouder de hendel omhaalde die de Monorail liet rijden. Foto:Toon Steenmeijer.

 

= = =

 

Vrijdag 18 september was niet alleen een Raildag, maar er was die dag – niet toevallig – nog een activiteit op railgebied: in Amersfoort Centraal Station werd De Dag van de Treinmachinist gehouden. Aangekondigd waren goederenlocomotieven en wagons. Wagons waren er niet te zien, maar langs perron 4 stonden volop goederenlocomotieven, waaronder de Siemens Vectron MS  193 832 van SBB Cargo International:

 

↑

In Vectron MS staat MS voor Multi-System. Van de vier verschillende  pantografen staat er één tegen de draad. De loc draagt de naam van de berg Jungfrau (zie de afbeelding links naast de cabinedeur). Foto: Jeroen Kolkman.

 

Bijzonder is dat de loc in 2014 gebouwd is en dat het in de cabine nog nieuw ruikt. Ze heeft voor diverse goederenvervoerders gereden maar is recent door SBB Cargo geleased van Südleasing. Nu was ze zonder trein in het kader van een testrit gekomen, maar mogelijk zien we deze loc en/of haar 3 zusters in de toekomst met goederentreinen in ons land.

Bronnen: AI (dat onder andere gebruik bleek te maken van de website treinposities).

 

Op genoemde website De Dag van de Treinmachinist staat een heel aardige video over de machinisten bij Dow in Terneuzen. De machinisten van de Dow locs bedienen de 60 wissels en 10 overwegen comfortabel vanuit hun loc.

 

= = =

 

De vakvereniging Het Zwarte Corps (HZC) begon 80 jaar geleden als een organisatie van machinisten van stoomwalsen, stoomlocs van aannemers en dergelijke. Vandaar de naam. Om het jubileum te vieren hield HZC op 18 en 19 september een festival op het Bouw & Infrapark van het SOMA-College in Harderwijk. Tot de vele mogelijke activiteiten voor de bezoekers hoorde het bezichtigen van machines. De railmachines stonden op de sporen die het SOMA-College gebruikt voor de opleidingen van krol machinisten. In dit sporenplan zijn de locatie en spoorlengtes te vinden. In werkelijkheid ziet het er zo uit:

 

↑

Het spoor, met één wissel en wisselsteller, ligt op houten dwarsliggers keurig in de ballast. Het doorgaande spoor is voorzien van bovenleiding. In werkelijkheid ziet bovenleiding er behoorlijk anders uit. Maar daar gaat het niet om. De bedoeling is dat de krol de bovenleiding niet raakt. Krollen kunnen uitgerust worden met hoogte- en zwenkbeveiliging ter voorkoming van aanraking van de bovenleiding en ook het binnendringen van het profiel van vrije ruimte van het naastliggende spoor, beveiliging tegen omvallen (Last Moment Begrenzing), etc.

 

Op het spoor stonden twee krollen en een railhoogwerker. De laatste is volgens de fabrieksplaat gebouwd door Neotech in 2024 en is van het type Sky C10. Helaas stond dit grappige apparaat in een onmogelijk te fotograferen positie. De Neotec video en de website van Asset Rail) maken dit meer dan goed.

De aandrijving is elektrisch via een accupakket; voor noodgevallen is er een kleine dieselmotor aanwezig als back-up. Dankzij een gewicht van slechts 2850 kg vervoert Asset Rail het hoogwerkertje op een aanhanger door het hele land. Op de rupsen kan het makkelijk van het ene spoor in het andere of buiten het spoor komen.

 

De krollen waren beide dieselkrollen van fabrikant Liebherr. Ze waren beiden omgebouwd door Nijhuis Engineering in Dronten en vormden een interesante combinatie. De krol op de bovenstaande foto is nummer 66 van de BAM. In Nederland mogen bij het rijden op het spoor de luchtbanden het spoor niet raken. Dat is bij deze krol relatief simpel geregeld: de aangedreven luchtbanden drukken tegen de spoorwielen. Bij de andere krol - met kenteken T-86-FFP - wordt elke spooras aangedreven door een hydromotor.

In de Jubileumuitgave van het HZC vakblad staat een helder artikel over de activiteiten van Nijhuis Engineering op dit gebied, met onder andere de zin “Tijdens deze dag laten wij graag zien hoe slimme veiligheidstechniek kan bijdragen aan een veiligere werkomgeving, zowel op bouwmachines als op spoorvoertuigen”. Dat niet met de krollen gedemonstreerd werd is begrijpelijk (het zou niet veilig zijn voor het publiek), maar helaas was bij de Railmachines niemand aanwezig om uitleg te geven en vragen te beantwoorden.

 

= = =

 

Dan een heel ander onderwerp dan speciale dagen:

Deze website bevat een hele lijst van alternatieve tractiemiddelen die in plaats van een industrieloc gebruikt kunnen worden. Een lnoader (ook wiellader, shovel) staat daar nog niet bij, maar wordt soms als zodanig gebruikt. Een voorbeeld: Labee aan de Oostelijke Randweg in Moerdijk heeft een Schöma loc van de vorige eigenaar van de hal weer aan de praat gekregen, maar de loc wordt nog maar weinig of niet gebruikt. Normaal komt op woensdagochtend vroeg de staaltrein voor Labee. De loader komt dan van de Vlasweg van een andere Labee locatie en rangeert met Shimmns van VTG Arcelor Mittal:

 

 

↑ Een loader van Labee drukt de wagens de hal in, waar ze gelost worden. Foto: Louis van Delft, 26-03-2024 ↑

 

Bij deze Labee vestiging duwt de loader altijd met de achterzijde tegen de wagens. Trekken kan zo nodig met een ketting.

Vlakbij gebruikt Cronimet ook een loader. Het gaat daar om bakwagens; de loader duwt er niet met de achterkant, maar met de laadbak tegen.

Een loader kan niet overal voor het rangeren worden ingezet. Net als bij sommige andere alternatieve tractiemiddelen moet er wel straatspoor, groefrails of iets dergelijks aanwezig zijn, want de loader rijdt op de verharding. Aantrekkelijk is dat er bij veel bedrijven toch al loaders aanwezig zijn, die bij hun normale werk gemist kunnen worden om met spoorwagens te rangeren.

(met dank aan Louis van Dijk).

 

= = =

 

Het laatste nieuws:

Op 21 september verscheen op de website van het Havenbedrijf Moerdijk het bericht*:

Havenbedrijf Moerdijk en ProRail werken aan neutrale railfeeder voor last-mile op het spoor

Kort samengevat: Havenbedrijf Moerdijk werkt sinds 2022 aan een “neutrale railfeeder”. Daarbij regelt één onafhankelijke partij al het lokale railvervoer binnen het havengebied, van het overnamepunt in Lage Zwaluwe tot de bedrijven en terminals op het terrein. Een “pilot” (= klein project of onderzoek dat bedoeld is om iets uit te proberen) moet in 2028 van start gaan.

Dat klinkt vertrouwd: het past binnen de eerder besproken Bundelingsconcepten.

Er worden rake opmerkingen gemaakt over de huidige situatie in Industriegebied Moerdijk. Zo stemmen de huidige 8 spoorvervoerders hun tijdslots los van elkaar af met de landelijke verkeersleiding van ProRail. Aangezien het havengebied een 'niet centraal bediend gebied' is, heeft ProRail geen direct zicht op de lokale spoorbewegingen. Als een gepland transport uitvalt of sneller verloopt, blijft zodoende de vrijgekomen ruimte vaak onbenut.

 

Merkwaardig is echter dat het Havenbedrijf nu stelt al sinds 2022  aan een neutrale railfeeder gewerkt te hebben, terwijl het Havenbedrijf eind november 2024 de “pilot” Zero Emissie Rangeren in de publiciteit bracht: “Tijdens de twee maanden durende pilot wordt gekeken naar de trein- en rangeerbewegingen tussen Lage Zwaluwe en emplacement en terminals op het haven- en industrieterrein. Hier zal getest worden met een batterij elektrische rangeerlocomotief” en ”Het is de bedoeling dat de pilot in 2025 zal plaats vinden”.

Van deze pilot werd echter niets meer vernomen. Het Havenbedrijf stelt zelfs dat de in 2028 uit te voeren  pilot moet worden uitgevoerd  met diesellocs.

 

* Dit nieuws verscheen ook op de websites van het Nieuwsblad Transport, SpoorPro en RailFreight.com.

 

 

0 – 0 – 0

 

 

3 september 2026

 

Het verslag over de Treinenparade van 1 en 2 augustus in de vorige update van 11 augustus is met terugwerkende kracht aangevuld en gecorrigeerd, met dank aan Kees Plug en Thomas van der Velde.

= = =

 

↑

Op 26-08-2026 duwt loc 2019 323 van Dispo-Tf Rail GmbH een bonte Shimmns trein naar de Waterland terminal. Foto: Louis van Delft

Dispo-Tf Rail least de loc van ELP (die naam is in het grijze gedeelte een stuk onder het zijraam aangebracht)

 

De forse zesasser is van het Stadler type Euro 9000. Dat is een hybride loc. Elke as wordt via tandwielen aangedreven door een elektromotor. De stroom komt òf via één van de vier pantografen (voor verschillende Europese elektrificatiesystemen)  uit de bovenleiding òf wordt geleverd door twee aggregaten (elk bestaande uit een Stage V dieselmotor en een generator). Er zijn nog veschillende andere mogelijkheden, zoals het rijden met één aggregaat of met stroom uit zowel de bovenleiding als uit de aggregaten.

De trein is dus onder de bovenleiding op het emplacement Westhaven aangekomen, waarna de loc in de dieselektrische modus de “last mile” verzorgt.

Andere fabrikanten leveren dit soort hybride locs in meer bescheiden afmetingen. Het is een interessante ontwikkeling: de vraag rijst in hoeverre dit soort hybride locs de tot dusverre in Nederland gebruikte locs voor het last mile vervoer (zoals ex-NS bakkies en ex-DB V60C locs) zullen verdringen. Er zijn mogelijke beperkingen. Zo is volgens Railmagazine 436 (juli-augustus 2026) de minimaal te berijden boogstraal van de Euro 9000 volgens Stadler 90 meter, maar hanteren sommige vervoerders 150 meter. Het punt is dat de straal van een boog in een sporenplan ondubbelzinnig te bepalen is, maar dat de minimaal te berijden boogtraal van rollend materieel niet scherp gedefinieerd is. Het hangt er vanaf of er spoorverwijding is toegepast, welke slijtage (aan materieel en rails) men nog voor lief neemt, etc. Hoeveel slijtage er optreedt blijkt niet na een enkele proefrit.

Boogstralen van de sporen en minimaal te berijden boogstralen van het materieel komen ook voor bij het volgende onderwerp.

= = =

 

De webpagina over de Rotterdamsche Kolen Centrale, alias Rokocent, is aangevuld met :

·       Het sporenplan, met onder andere de kromtestralen van de bogen.
Aan de hand van het sporenplan wordt het rangeren bij Rokocent beschreven.

·       Achtergronden bij het ontstaan en binnen 10 jaar weer verdwijnen van de Centrale Antraciet Wasserij van Rokocent.

·       De geschiedenis (met foto’s) van de Rokocent loc bij volgende eigenaren.

= = =

Op 24-07-2026 werd bericht dat de Belgische fabrikant Mol een tweede rail-wegvoertuig van het type RR 2444 aan Defensie had geleverd en wel voor het militaire raccordement Vlasakkers bij Amersfoort. Bij gebrek aan de juiste foto was het bericht voorzien van een foto van het eerste Defensie voertuig van dat type, dat 4 jaar geleden op het militaire raccordement van ’t Harde verscheen.

Nu dan een passende foto:

 

↑

Vlasakkers, 04-06-2026. Bron: Bericht van matlogco en DOSCO op Instagram , juni 2026.

 

Vanwege de komst van het nieuwe voertuig werd het tijd om de bestaande webpagina over de Mol/Zwiehoff rail-wegvoertuigen te actualiseren. Via deze link is ook de betekenis van de afkortingen matlogco en DOSCO te vinden. De bemoeienis van deze organisaties met de rangeermiddelen van Defensie wordt belicht.

= = =

 

De Kempensche Zink Maatschappij in Budel-Dorplein produceerde zink en zinklegeringen uit zinkerts door een thermisch proces. Een belangrijk eindproduct was en is ook zwavelzuur (op basis van de zwavel in het zinkerts). In 1973 werd het thermische proces vervangen door een minder vervuilend elektrolytisch proces en werd de naam Budelco. Daarna heette het bedrijf Pasminco Budel Zink, Zinifex Budel en sinds 2007 tot heden Nyrstar.

Het recente verleden is prima te vinden in Railmagazine 221 (februari 2005), dankzij onder andere een schematische sporenkaart. Er was toen nog een gevarieerd spoorvervoer. Anno 2026 zijn de meest westelijke sporen, naar de locloods, de zwavelzuurverlading en het zinkmagazijn verdwenen. Het per spoor afvoeren van de eindproducten zwavelzuur en zink is al vele jaren geleden. De bedrijfsloc uit die tijd is er nog en wel als locmonument. Ze staat op een herlegd stukje van één van de verdwenen sporen. Zie de link voor foto’s en gegevens.

De SEA-invest groep slaat de grondstoffen (zinkerts en tegenwoordig ook zinkoxides, verkregen door recycling) op bij de Antwerp Bulk Terminal (ABT) in de haven van Antwerpen.  Sinds 2010 verzorgt SEA-rail (de spoorafdeling van SEA-invest) treindiensten met eigen wagens tussen Antwerpen en de Nyrstar-fabrieken in Balen (België) en Nyrstar in Budel. Sinds september 2021 is de normale gang van zaken: elke werkdag trekken twee ingehuurde groene 6400 diesellocs van Railtraxx een trein van 27 wagens met zinkerts van Antwerpen naar Nyrstar in Budel-Dorplein. Daar aangekomen keert één van de locs los terug naar België. De andere loc duwt de wagens door de los- en laadinstallatie:

 

↑

Op 13-08-2026 duwt RailTraxx 6484 bij Nyrstar in Budel-Dorplein wagens door de los-en laadinstallatie. Foto: Louis van Delft.

 

Het zinkerts wordt gelost; de geleegde wagens worden geladen met Budel Leach Product (BLP). Het productieproces bestaat uit vele stappen. Eén daarvan is loging (leaching in het Engels). Daarbij ontstaat een BLP genaamd residu dat silicium, ijzer, lood, zink, koper, zilver en goud bevat. BLP werd voor september 2021 per vrachtwagen naar afnemers gebracht, die lood en edelmetalen terugwinnen [bron o.a. Nyrstar website]. Sinds september 2021 brengt de loc de trein met BLP terug naar Antwerpen, waar het in afwachting van verkoop wordt opgeslagen. Het gaat om 81.000 ton per jaar. Naar Balen gaan ook elke dag 27 wagens met zinkertsen en zinkoxide, maar vandaar is er geen retourzending per trein.

Nyrstar is goed voor ongeveer 1% van het Nederlandse elektriciteitsgebruik en kwam in problemen door vooral de hoge stroomprijs in Nederland. De fabriek werkt sinds het vierde kwartaal van 2021 op flexibele basis: het stroomverbruik kan binnen enkele minuten afgeschakeld worden van het maximum (als de stroomprijs laag is) naar nog zo’n 20 procent (als de stroomprijs hoog is), en terug [bronnen: Volkskrant, website Nyrstar]. Dit heeft niet kunnen voorkomen dat de fabriek van 01-09-2022 tot xx-11-2022 en van ≈15-01-2024 tot 13-05-2024 heeft stil gelegen. Deze schommelingen in de productie hebben natuurlijk invloed op de aanvoer van zinkerts en de afvoer van BLP per spoor.

Vanaf juni 2022 werd een rail-wegvoertuig van het type IPMA 35 van de Belgische firma Lokaction gehuurd. Dat lijkt logisch omdat de toenmalige bedrijfsloc in 2023 als locmonument zou worden opgesteld. De IPMA 35 is echter zelden of nooit in actie gezien.. Toch stond het voertuig op 18-03-2025 nog op een niet van buiten het terrein zichtbaar zijspoor naar een laad- of losinstallatie (groen):

↑

Detail uit een op 18-03-2025 bij Nyrstar in Budel vanuit een helicopter gemaakte ProRail luchtfoto, bekeken via TWIAV.

 

Volgens informatie van Lokaction is de IPMA 35 ook tegenwoordig (september 2026) nog aanwezig en wordt ze quasi dagelijks ingezet.

 

Nog een loc in Budel-Dorplein ?

Verschillende hobbyisten fotografeerden tussen mei en augustus 2024 een Cmi draaistelloc met in grote letters het opschrift SEA-invest. De loc is niet in actie gezien en stond steeds op dezelfde plaats. Op de luchtfoto’s van 18-03-2025 is ze niet te zien. Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze loc ergens verdekt stond opgesteld, gezien de grootte van de loc en het opbreken van een aantal sporen, waaronder het spoor naar de vroegere locloods. Ze is dus hoogst waarschijnlijk vertrokken, naar helaas onbekende bestemming.

 

Klik voor een zeer uitgebreide fotoreportage van het spoorvervoer bij Nyrstar in Budel-Dorplein.

 

0 – 0 – 0

11 augustus 2026

 

Treinenparade

 

Op zaterdag 1 en zondag 2 augustus vond de jaarlijkse Treinenparade plaats bij het Industrieel Smalspoor Museum bij Erica. De 16 jeugdleden hadden het uitstekend georganiseerd. Verspreid over de dag waren er vier parades van circa 20 minuten, elk gewijd aan een thema. Daartussen was er gelegenheid voor bijvoorbeeld het bewonderen van een groot aantal modelbanen, de lunch, een bezoek aan de locloods of het museum en het maken van een rondrit van een uur. Er reden twee rondrittreinen achter elkaar, die steeds vol bezet waren. Kinderen konden springen op een luchtkussenatractie, een machinistendiploma behalen, een rondrit maken met de kindertrein (de Schwingel parktrein) of een loc bedienen onder leiding van een machinist.

 

Hieronder zullen zaken worden besproken die specifiek waren voor de Treinenparade en die men niet zal zien bij een doorsnee bezoek aan het Industrieel Smalspoor Museum.

De eerste drie treinparades gingen over toepassingsgebieden van het smalspoor. Begonnen werd met een tuin- en bosbouwparade, met onder meer bijzondere aandacht voor de oudste tractievorm, namelijk duwtractie.

↑

Bij het duwen kunnen de drie tomatenwagens gemakkelijk bij de bovenrand vast gepakt worden. In de wagens werden in kassen tomaten geladen. In de achterste wagen is een luik te zien waardoor de tomaten schadevrij gelost werden. Op een ander spoor nadert al een HaWe elektrische tuinderslorrie, waarover later meer.

 

Alle foto’s zijn gemaakt op 02-08-2026. Ze staan niet altijd in chronologische volgorde.

 

Een tweede voorbeeld van duwtractie: bosbouw leverde boomstammen op die verzaagd werden tot balken en planken. Het lag voor de hand dat houtzagerijen zelf houten lorries bouwden en alleen de wielstellen en lagers inkochten. De onderstaande zagerijlorrie is afkomstig van Houtindustrie van der Kwast in Vianen:

↑

Het frame van de zagerijlorrie is volledig van hout en wordt bij elkaar gehouden door drie lange draadstangen (één aan elk uiteinde en één in het midden). Bijzonder is dat de twee wielen op een as onafhankelijk van elkaar kunnen draaien. In een boog leggen de buitenste wielen immers een grotere afstand af dan de binnenste wielen. De buitenste wielen zouden dus sneller moeten kunnen draaien en hier kan dat. Deze wagens ondervinden daarom weinig extra weerstand in krappe bogen. Bij het duwen van een geladen zagerijlorrie wordt tegen de lading geduwd. Het duwen lijkt in dit geval niet zo makkelijk omdat de duwer gebogen moet lopen om er bij te kunnen. Het duwen van een lorrie geladen met balken die aanzienlijk langer zijn dan de lorrie ziet er - vooral in bogen – heel anders uit.

 

Tomatenwagens en zagerijlorries zijn buiten de treinparades in Erica te bezichtigen, maar het bij de treinenparade in bedrijf zien van deze voertuigen voegde veel toe: men zag dat één man een geladen lorrie kan duwen (bij normaalspoor ligt dat wel anders !) en kon zich makkelijk voorstellen dat dit zonder smalspoor op deze ruwe ondergrond niet mogelijk zou zijn geweest. Bovendien waren er bijzonderheden te zien zoals op welke plaats een bepaalde lorrie geduwd moet worden. Over bijzonderheden die niet te zien waren (zoals de onafhankelijk van elkaar draaiende wielen van de zagerijlorrie van Houtindustrie van der Kwast) werd het publiek bijgepraat door presentatoren, die elk voertuig bekwaam van commentaar voorzagen.

 

 

Het Industrieel Smalspoor Museum heeft een aantal elektrische tuinderslorries. Net zoals bij de duwtractie geldt dat er zeer zelden een rijdende elektrische tuinderslorrie te zien is en dat de treinenparade veel toevoegt:

↑

HaWe elektrische tuinderslorrie beladen met veilingkistjes. HaWe in Bergschenhoek heeft honderden tuinderslorries gebouwd. De bestuurster staat op een smal plateau en houdt zich goed vast aan  een T-vormige constructie van buizen. Het voertuig rijdt naar links. Bij het rijden in de omgekeerde richting zou de bestuurster 180° gedraaid moeten staan, waarbij ze de T-vormige constructie  achter zich heeft. Dit werd helaas niet vertoond. De accu’s, elektromotor, etc. bevinden zich onder de laadvloer (klik op de link voor meer informatie).

 

Bij het Industrieel Smalspoor Museum wordt gewerkt aan een expositie over smalspoor in de tuinbouw. In het museum is al een tuinderslorrie te zien waarvan de laadvloer deels door een glazen plaat is vervangen, zodat de techniek zichtbaar is. De expositie zal voor het eind van het jaar klaar zijn.

 

De firma Spoorijzer in Delft heeft meer dan 100  “railtractoren” gebouwd. De onderstaande Spoorijzer Railtractor stamt uit 1966 en is omstreeks 1985 tweedehands gekocht door dhr. Willem Jonk te Middenbeemster. Hij gebruikte de railtractor tientallen jaren in zijn perenboomgaard. Het bedrijf was simpel: er was één lang recht spoor zonder wissels. Het bedrijf werd in 2022 beëindigd; de 15.000 perenbomen werden gekapt. Het bijzondere is dat de railtractor de laatste in commercieel bedrijf zijnde railtractor was. De railtractor, zes lorries en rails werden in 2023 overgenomen  door het Industrieel Smalspoor Museum. Het laatste stadium (2014-2022) van het bedrijf van Willem Jonk  was de Toffe Peer. Zie hier voor een toelichting. In die tijd vond er personenvervoer plaats, waarbij de passagiers op omgekeerde kisten op de lorries zaten.

↑

Ook bijzonder: omdat de motorkap geen zijschotten heeft is de versnellingsbak van Prometheus in Berlijn te zien. Alleen de ongeveer zes laatste railtractoren hadden zo’n rechthoekige bak; de rest had een ronde bak van Bierens in Tilburg. Er waren voornamelijk twee types railtractor: de RT8 en de zwaardere RT11. Dit is een RT11, maar de dhr. Jonk reed zonder bufferblokken, omdat de loc met bufferblokken te zwaar zou worden voor het lichte spoor (7 kg/m en 9 kg/m). Hij bewaarde wel een paar RT8 bufferblokken en dat paar is er bij het ISM op gezet.

 

 

Het hoogtepunt van de veenparade was de demonstratie met de rijdende spoorkraan ISM 114. Deze “Gleisverleger” is in 1987 door het turfbedrijf Klasmann Werke GmbH [D] zelf gebouwd en diende voor het aanleggen en opbreken van spoor.

 

↑

Rijdende spoorkraan 114 (geel) is gekoppeld met een lorrie met railramen van zes meter lengte (links op de foto). De bovenloopkraan heeft een groot overstek aan beide uiteinden. De procedure bij het leggen van rails is: de loopkat van de bovenloopkraan rijdt met een speciale klem tot midden boven de railramen, laat de klem zakken en pikt een railraam op (zoals in de foto hier rechtsonder is geïllustreerd). Vervolgens rijdt de loopkat naar het andere uiteinde van de bovenloopkraan, laat daar het railraam zakken en lost het. Daarbij zorgt een medewerker dat het railraam precies in het verlengde van zijn voorganger komt te liggen. Een tweede medewerker bedient de bovenloopkraan. Nadat het railraam aan zijn voorganger geschroefd is, rijdt spoorkraan 114 zes meter verder en wordt de procedure herhaald. Bij het opbreken van spoor vindt een en ander in omgekeerde volgorde plaats.

 

De werking van de klem: als de klem omhoog gehesen wordt, beweegt A naar boven en wordt de haak B verplaatst naar een positie onder de railkop. Dit gebeurt bij alle vier hoeken van de klem →

 

Spoorkraan 114 heeft twee tweeassige draaistellen voor 900 mm spoorwijdte. De aandrijving is dieselelektrisch: een dieselmotor van 19 pk drijft onder andere een elektromotor voor de voortstuwing aan, maar levert ook de stroom voor de bovenloopkraan, de verlichting en een hydrauliekpomp. Het Industrieel Smalspoor Museum heeft een grote partij zwaar 900 mm spoor van Klasmann gekocht en wil spoorkraan 114 gebruiken om dit spoor te leggen ter vervanging van het bestaande lichtere 900 mm spoor.

 

 

 

 

↑

In de bouwparade reed ondermeer een loc van het vooroorlogse Henschel type DG 13 op het 700 mm spoor. Bijzonder is dat het in Nederland het enige bewaarde exemplaar van dit type betreft. De Henschel was ooit eigendom van de steenfabriek Rusthoven (ook Rustenhoven genoemd) nabij Appingedam.

 

Elke loc stopte bij de presentator. De machinist zette dan de motor af. Na het eind van het verhaal van de presentator werd de motor gestart. Heel illustratief voor het eenvoudige karakter van de de meeste locs was dat ze geen startmotor hebben en dus aangeslingerd moesten worden. Dat ging meestal (ook bij deze foto) wel goed, maar soms moest er een andere vrijwilliger aan te pas komen. En bij één loc brak de slinger tijdens het aanslingeren door midden ! Dat is domme pech tijdens een treinenparade. Maar daar werd niet bij stil gestaan. Van alle kanten snelden vrijwilligers naar de loc, om die samen naar een zijspoor te duwen. Ook een ontsporing van een loc werd razendsnel opgelost

 

De treinenparades begonnen met de aloude duwtractie; de bouwparade eindigde met de (in de jaren zestig van de voriger eeuw) modernste vorm van industrieel smalspoor, namelijk de Monorail. De omvangrijke restauaratie van de monorail was nog juist op tijd afgerond. De kleur van de monorail trein (twee kipwagens en één aangedreven kipwagen) is geel omdat uit onderzoek bleek dat de eerste verflaag geel was.

 

↑

De monorail rijdt zonder machinist. De motor wordt bij een beginpunt gestart en daarna rijdt de trein naar een vooraf bepaalde stopplaats. De kipbakken worden wel handmatig gelost, zoals hier onder grote publieke belangstelling gedemonstreerd werd.

 

De monorail is bij daglicht uitstekend te zien op een life webcam. De bakken staan in de gekipte stand om te voorkomen dat er regenwater in blijft staan. Het tracé is een rondje om een groep berken, vlak bij het perron van het museumgebouw. Voor de treinenparade was dit ideaal. Later zal er een langer traject komen. Het materieel daarvoor is aanwezig.

 

Na de bouwparade volgde de fabrikantenparade, waarbij een aantal belangrijke locomotieffabrikanten belicht werden, terwijl voorbeelden van hun producten getoond werden. De dag werd besloten met een ereronde van al het rijdende 700 mm materieel.

Nog een opmerking: de Open Railway Map biedt de mogelijkheid om in een sporenplan verschillende spoorwijdtes met verschillende kleuren aan te geven. Dat zou hier heel goed van pas gekomen zijn omdat de sporen zodanig liggen dat materieel met elk der drie spoorwijdtes (600, 700 en 900 mm) een zodanig tracé kan rijden dat het op zeker moment vanaf het perron heel goed zichtbaar is. Het ISM sporenplan is gezien de uitgestrektheid ervan makkelijk op de Open Railway Map te vinden, maar het klopt helaas niet. Het 600 mm spoor staat er niet op en dat is niet de enige fout.

 

= = =

Ander nieuws

 

In het nieuws van 1 juli 2026 werd het tijdschrift Railmagazine 435 (juni 2026) aangehaald. Kort samengevat: de RWX-02 (een bejaarde dieselloc met flitsend uiterlijk) was in Born opgedoken als “last mile” loc, maar de machinist had veel problemen met de afstandbediening. Louis van Delft constateerde op 23 juli dat de loc niet meer in Born aanwezig was.

= = =

 

Op 7 juli stuurde staatssecretaris Annet Bertram de Uitvoeringsagenda Spoorgoederenvervoer 2026-2030 naar de Vaste Commissie Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer, met als interessante bijlagen twee rapporten van Buck Consultants International (BCI). Het gaat om:

·       Zeilend binnenkomen (van een terminal)
Een voorbeeld: een Elok komt op een spoor met bovenleiding binnen. De pantograaf gaat omlaag en de trein rolt uit (“zeilt”) en passeert daarbij het gebied waarbij vanwege de aanwezigheid van kranen geen bovenleiding aanwezig is. Juist buiten dit gebied loc stopt de trein op een plaats waar de Eloc weer onder bovenleiding staat maar de eerste wagen achter de loc niet. De Eloc wordt ontkoppeld en rijdt desgewenst weg. De wagens worden gelost of geladen. Daarna kan de Eloc (of een andere Eloc) weer voor de trein gezet worden. Er is geen dieselloc aan te pas gekomen, al moet er wel een dieselloc of een lier reserve staan voor bijvoorbeeld het geval dat de trein niet ver genoeg uitrolt. Bij sommige terminals in Duitsland en Oostenrijk wordt zeilend binnenkomen toegepast. In het rapport wordt van een aantal Nederlandse terminals bekeken of zij geschikt voor zeilend binnenkomen zouden kunnen zijn. Dat vergt dan nadere studie. Rail Terminal West 1 op de Maasvlakte en de Barge Terminal Tilburg lijken het meest geschikt.

·       Bundelingsconcepten
In het Rotterdamse havengebied zijn er (te) veel aanbieders van de “first & last mile”, met eigen locs. Dat leidt tot inefficiënt gebruik van

spoor, locs en personeel door veel losse locritten. Onder bundeling wordt verstaan dat het havengebied zou worden opgedeeld in zones, met per zone één onafhankelijke aanbieder van first & last mile vervoer. In het rapport worden voor de Botlek en de RSC bij het emplacement Waalhaven de besparingen geschat.

Een citaat uit het rapport: “Conventionele terminals geven aan dat de inzet van een neutrale feeder partij bij hun tot 30-50% meer railtransport zal leiden. Deze volumes verdwijnen nu naar o.a. Hamburg en Antwerpen”. In het Antwerpse havengebied is al bundeling ingevoerd. Dat bevalt in sommige opzichten, maar niet in alle opzichten. In Rotterdam zou het dus anders moeten.
Een aantal spoorgoederenvervoerders kwam ook zelf met een initiatief, zij het (nog) niet wat betreft de first & last mile  Op 09-04-2026 werd op de website Industriespoor gemeld:

“Zes spoorvervoerders kondigden op 01-04-2026  aan dat ze gedurende een proef van zeven maanden tussen Kijfhoek en de Maasvlakte tegen vaste tarieven elkaars treinen overnemen in geval van dreigende vertraging, uitval van treinen  of verstoringen. Ze doen dat via de app Portflow. De zes zijn Rail Force One, HSL Netherlands, DB Cargo Netherlands, RTB Cargo, LTE en Rail Cargo Group. Ze vertegenwoordigen samen 70 procent van de markt. Bronnen: Nieuwsblad Transport; Railfreight.com” Zoiets moet voor de first & last mile of zelfs voor het spoorgoederenvervoer  in het algemeen toch ook kunnen ?

 

 

 

0 – 0 – 0

 

 

 

Ouder Nieuws:  Zie het Nieuwsarchief

 

 

 

 

 

 

Terug/verder naar

             Nieuwsarchief                 Home                 Inhoud